Bezwaarschrift Comité Vrienden Oostvlietpolder

inzake het ontwerp bestemmingsplan Vlietlanden

gemeente Leidschendam-Voorburg

 

Leiden, 28 januari 2002.

 

Geachte Gemeenteraadsleden,

Het Comité Vrienden Oostvlietpolder wil hierbij haar bezwaarschrift indienen inzake het ontwerp bestemmingsplan Vlietland en Leidschendammerhout.

1. Bedrijventerrein Oostvlietpolder gemeente Leiden
Op bladzijde 5 wordt gesteld dat het plangebied grenst aan het bedrijventerrein Oostvlietpolder in Leiden. In de Oostvlietpolder in Leiden ligt echter geen bedrijventerrein. Het bestemmingsplan van de gemeente Leiden, waarin een bedrijventerrein in de Oostvlietpolder werd gepland, is in augustus 2001 door de Raad van State vernietigd.

Op 29 augustus 2001 heeft de Raad van State de bezwaren van dertien appellanten tegen het bestemmingsplan Oostvlietpolder (april 1999) gegrond verklaard. Al tijdens de hoorzitting bij de Raad van State in juni bleek, dat de gemeente Leiden en de provincie Zuid-Holland nogal wat steken hadden laten vallen. De plaats en omvang van het bedrijventerrein, de onvoldoende groene inpassing, het ontbreken van compenserende maatregelen voor het verdwijnen van weidevogelgebied (Rode Lijst soorten), het verzuimen onderzoek te doen naar de aanwezige natuurwaarden; dit waren allemaal punten waarover de leden van de Raad kritische vragen stelden.

Maar bovenal oordeelde de Raad het bestemmingsplan Oostvlietpolder strijdig met het Rijks(bufferzone)beleid en doet de uitspraak recht aan de status die de Oostvlietpolder geniet: groene Rijksbufferzone en/of Regionaal Park*.

Rijksbufferzone / Regionaal Park
In de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening wordt een deel van de Rijksbufferzone Den-Haag ­ Leiden ­ Zoetermeer, namelijk het huidige vliegveld Valkenburg en aangrenzende gebieden, opgeofferd aan verdere verstedelijking: woningbouw (8250 woningen) en 50 ha bedrijventerrein. De rest van de Rijksbufferzone krijgt de status van Regionaal Park. De Oostvlietpolder, Hofpolder en Vlietlanden zijn een onderdeel van de huidige Rijksbufferzone en gaan dus ook deel uitmaken van dat Regionale park.

En als er inderdaad werkelijk voor bebouwing van vliegveld Valkenburg wordt gekozen, dan kan er volgens het Comité absoluut geen sprake meer van zijn om ook in de Oostvlietpolder een bedrijventerrein te ontwikkelen. Dat zou betekenen dat het restant van de Rijksbufferzone / het Regionaal Park in de directe omgeving van Leiden op meerdere plaatsen ernstig wordt aangetast. Deze ontwikkeling zou de natuur en leefbaarheid in de Leidse regio enorm schaden en lijkt ons bovendien volledig in strijd met het Rijksbufferzonebeleid voorzover je daar dan nog van zou kunnen spreken!

* Een regionaal park is een herkenbare landschappelijke eenheid van niet-verstedelijkt gebied, aansluitend op de steden in een stedelijk netwerk. Regionale parken zijn bedoeld om de mogelijkheden van dagrecreatie voor de bewoners van stedelijke netwerken te vergroten en te verbeteren. In regionale parken is uitbreiding van het stedelijk ruimtebeslag en uitbreiding van permanente verblijfsrecreatie niet toegestaan.
Uit: Planologische Kernbeslissing Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening, deel 3 kabinetsstandpunt, pagina 86 (vergaderjaar 2001-2002).

2. Motie Verbugt
Volgens de motie Verbugt (67) mag maximaal 2% van het recreatief ingerichte deel van een bufferzone worden bestemd voor bebouwing, bij voorkeur aansluitend aan stedelijke randen.
De onjuiste aanname ten aanzien van de inrichting van de aangrenzende Oostvlietpolder leidt er toe dat in het ontwerp bestemmingsplan Vlietland en Leidschendammerhout een hotel, recreatiebungalows en een golfbaan worden voorgesteld op een plaats, die grenst aan Leidens allerlaatste ongerepte agrarische polder en een waardevol weidevogelgebied in plaats van aan een stedelijke rand.

Daarmee wordt ingegaan tegen de strekking van de motie Verbugt. Het Comité Vrienden Oostvlietpolder maakt daarom ernstig bezwaar tegen de voorgenomen aanleg van een hotel, recreatiebungalows en een golfbaan direct grenzend aan (en zelfs gedeeltelijk in plaats van) het weidevogelgebied in de Oostvlietpolder.

Het Comité Vrienden Oostvlietpolder maakt voorts bezwaar tegen de verdere verstedelijking van dit gebied. Het (bruto) te bebouwen gebied bedraagt veel meer dan de volgens de motie Verbugt (67) toegestane 2% van het voor intensieve recreatie ingerichte deel van het landoppervlak in het plangebied.

3. De natuurwaarden
Volgens de startnotitie Baggerstortlocatie Oostvlietpolder uit 1994 hebben de Oostvlietpolder en Hofpolder een belangrijke broed- en foerageerfunctie voor weidevogels als grutto, tureluur en zomertaling. Bovendien wijzen zowel de startnotitie Baggerstortlocatie Oostvlietpolder als het MER Oostvlietpolder (oktober 1999), die in verband met de aan te leggen baggerstortplaats in de Oostvlietpolder werden opgesteld, op de aanwezige natuurwaarden in de Oostvlietpolder en aangrenzende Vlietlanden.

Het plangebied valt volgens het MER onder het Randstad Groenstructuurbeleid en daarmee onder het compensatiebeginsel* van de provincie Zuid-Holland. Het voorkomen van Rode Lijst-soorten in het plangebied zorgt ervoor dat het initiatief onder de werkingssfeer van het compensatiebeginsel valt. Compensatieplicht van de aanwezige natuurwaarden binnen het plangebied is dus aan de orde.

Als het gaat om de aanwezige natuurwaarden is het MER Oostvlietpolder (oktober 1999) echter verre van volledig en schiet volgens het Comité ernstig tekort. De Raad van State heeft in haar uitspraak van 29 augustus 2001 inzake het bestemmingsplan Oostvlietpolder (april 1999) dit standpunt bevestigd.

Het Comité Vrienden Oostvlietpolder maakt dan ook ernstig bezwaar tegen het ontbreken van een gedegen onderzoek naar de aanwezige natuurwaarden in het deel van het plangebied, dat volgens het ontwerp bestemmingsplan wordt bestemd voor de bouw van een hotel, recreatiebungalows en voor de aanleg van een golfbaan.

Ook wordt er in het ontwerp bestemmingsplan niet aangekondigd dat, alvorens een aanvang wordt gemaakt met de uitvoering van welke activiteit dan ook, er eerst zo'n nauwkeurig, uitgebreid natuuronderzoek zal worden gehouden. Aan de hand van dit natuuronderzoek kan worden bepaald of de geplande activiteiten überhaupt doorgang kunnen vinden en kunnen (voordat bepaalde ontwikkelingen daadwerkelijk in gang worden gezet) eerst de juiste compenserende maatregelen worden genomen.

Het Comité heeft het standpunt dat, indien er vooraf geen gedegen natuuronderzoek wordt gehouden, er door de gemeente Leidschendam-Voorburg in strijd wordt gehandeld (zo niet met de letter, dan zeker met de geest) van de 'natuurbeschermingswet'* en de door Nederland ondertekende 'Conventie van Bern'* (19 september 1979).

* Het compensatiebeginsel
Het compensatiebeginsel is gebaseerd op het 'stand-still' beginsel. Uitgangspunt is dat in beginsel geen netto verlies aan natuur-, bos en recreatiewaarden mag plaatsvinden. Als er echter aantoonbaar zwaarwegend maatschappelijk belang aanwezig is, waarvoor een ruimtelijke ingreep wordt toegestaan, moeten de verloren gegane waarden worden gecompenseerd. Onder compensatie wordt verstaan het creëren van nieuwe waarden die vergelijkbaar zijn met de verloren gegane waarden. Compensatie moet worden gezocht in het plangebied waarbinnen verlies van waarden optreedt.

* Natuurbeschermingswet
De Natuurbeschermingswet verbiedt burgers een beschermde soort te vangen en/of te koop aan te bieden, te doden, zijn nest of hol (leefgebied) te verstoren dan wel te beschadigen, etc.

* Conventie van Bern
Artikel 3, lid 2: Iedere Verdragsluitende Partij verbindt zich ertoe om bij haar beleid op het gebied van ruimtelijke ordening en ontwikkeling en bij haar maatregelen tegen verontreiniging, rekening te houden met de instandhouding van de in het wild voorkomende dier- en plantensoorten.

4. De bebouwing
Het Comité Vrienden Oostvlietpolder maakt bezwaar tegen de vorm van de bebouwing: Het geplande hotel krijgt een hoogte van drie bouwlagen, dat wil zeggen hoger dan boomhoogte. De recreatiebungalows krijgen een oppervlakte van 120 vierkante meter. Dat staat gelijk aan de vloeroppervlakte van een eengezinswoning en is bijvoorbeeld méér dan vier keer de maximaal toegestane oppervlakte van de volkstuinhuisjes in de Oostvlietpolder.

Deze vorm van bebouwing valt niet onder de definitie van "niet-substantiële bebouwing" en past absoluut niet in een Rijksbufferzone / Regionaal Park.

5. De ontsluitingswegen
Het geplande hotel, de recreatiebungalows en de golfbaan zullen zeker leiden tot een toename van het autoverkeer. Het is het Comité niet duidelijk of (een deel van) dit verkeer van de Vlietweg gebruik zal gaan maken. Deze weg is ons inziens absoluut ongeschikt om een eventuele toename van het autoverkeer te verwerken.

Met name in de weekeinden wordt deze weg gebruikt door grote aantallen voetgangers en fietsers. Een mogelijke toename van het autoverkeer levert grote problemen op voor de verkeersveiligheid en de rust in de Oostvlietpolder en omliggende gebieden. Het Comité Vrienden Oostvlietpolder verzoekt dan ook met klem voorzieningen te treffen tegen een toename van het autoverkeer naar het geplande hotel, de recreatiebungalows en de golfbaan over de Vlietweg.

6. Tot slot
Het Comité Vrienden Oostvlietpolder verzoekt hierbij de gemeente Leidschendam-Voorburg het omvormen van het resterende deel van de Rijksbufferzone Den-Haag - Leiden - Zoetermeer tot Regionaal Park kracht bij te zetten door een halt toe te roepen aan de geplande aantasting van het open en groene karakter van de Oostvlietpolder, Hofpolder, Vlietlanden en Leidschendammerhout: geen bedrijventerrein, baggerstortplaats, ecologische zone, recreatiebungalows, hotel, golfbaan en extra (rustverstorende) bromfietspaden in deze gebieden.

Home