Uit het Leidsch Dagblad van 12 november 1999:

Steun baggerdepot verdween
door jarenlang verzet

 

Wij voelen ons een speelbal van gemeente en provincie, zei een volkstuinder uit de Leidse Oostvlietpolder in 1995. Leiden en Zuid-Holland hadden toen net duidelijk gemaakt dat het beide ernst was met de komst van een baggerdepot in de polder. Het geduld van de tuinder is de afgelopen jaren nog vaak op de proef gesteld. Maar de overheden lijken uitgespeeld. De slibstort komt er niet. Het gebeurt dus toch nog wel dat bestuurders luisteren naar de omgeving, zei een andere tuinder gisteren.

In 1992 hakt de provincie de knoop door: Er moet in het noordelijk deel van Zuid-Holland een baggerdepot worden aangelegd. Sloten en wateren zitten vol met slib. Het Hoogheemraadschap van Rijnland moet baggeren maar kan het slib niet kwijt. Het provinciebestuur heeft drie locaties op het oog: Wassenaar, Alphen aan den Rijn en Leiden. De Oostvlietpolder geniet de voorkeur. De gemeente Leiden heeft de slibstort liever niet op haar grond, maar ziet haar kans schoon. De Leidse regio kampt met een tekort aan bedrijventerreinen. In ruil voor de toezegging dat er in de polder ook bedrijven mogen komen, stemt Leiden in met de aanleg van het depot.
Met die opstelling verspeelt de gemeente veel krediet bij de bewoners van de Vlietweg en Zuidwest. Die wijk vreest voor stankoverlast. Vanaf 1995 neemt het verzet toe. Gemeente en bewoners komen steeds vaker en nadrukkelijker tegenover elkaar te staan. Er worden twee belangengroepen opgericht: Het comité Vrienden van de Oostvlietpolder en de Stichting Belangenbehartiging Oostvlietpolder. Zij hameren er voortdurend op dat de aanleg van een slibstort in hun ogen funeste gevolgen heeft. Behalve last van stank en een verhoogd risico voor de volksgezondheid zorgt het depot er ook voor dat een aantal volkstuinen moet wijken.

Verschillende alternatieve plannen worden gemaakt. Een wetenschapper waarschuwt voor gevaren voor de volksgezondheid en een huisarts die graag een praktijk aan de rand van de polder wil beginnen, huurt zelfs een bureau in om uit te laten rekenen dat het plan waar de gemeente en de provincie nog altijd achter staan, minder geld oplevert en ongunstiger is voor het milieu. Er maken dit jaar tweeduizend mensen bezwaar tegen het nieuwe bestemmingsplan.
Intussen loopt de milieu-effectrapportage grote vertraging op. Dat, en de weerstand van de bewoners, doet de Leidse politiek dit jaar zwichten. De ommekeer was evenwel al een aantal maanden eerder zichtbaar. Op een informatieavond op een volkstuincomplex over alternatieve verwerking van bagger in verkiezingstijd, doet een aantal provinciale politici beloftes. Het verzet begint zijn vruchten af te werpen.

Leiden schrapt het depot uit het bestemmingsplan. De provincie stribbelt aanvankelijk nog tegen en dreigt zelfs met een aanwijzing. Maar ook daar groeit de weerstand tegen de baggerstort. Eerst was alleen de Leidse SP'er Fenna Vergeer tegen. Later krijgen ook politici van andere partijen steeds meer twijfels. Het resultaat is bekend. Vorige week verklapte gedeputeerde Marcel Vissers dat de provincie gaat proberen het slib kwijt te kunnen in de Slufter, een grote stortlocatie van rijkswaterstaat op de kop van de Maasvlakte. Dat was voor de meeste politieke partijen in de provincie niet genoeg. We willen af van het depot, luidde de boodschap gisteren. Het provinciebestuur zwichtte.

De verwachting is dat Zuid-Holland volgend voorjaar een contract sluit met de Slufter. Dat is de zekerheid dat er nooit een baggerdepot in de Oostvlietpolder wordt aangelegd. Er is dan veel geld uitgegeven voor niets. Het hoogheemraadschap heeft grond in de polder gekocht, waar het niets meer aan heeft. De provincie betaalde drie milieustudies. De laatste kan de prullenbak in.