|
Uit het Leidsch Dagblad van 19 januari 2000: Pronk wil einde
|
|
Bebouwing moet worden geconcentreerd in steden, niet daarbuiten langs snelwegen. Steden die bij elkaar in de buurt liggen, vormen samen een 'netwerk'. De steden in het netwerk maken onderling uit wat in welke stad wordt gebouwd. De grenzen tussen bebouwing en groen gebied moeten weer scherper worden getrokken. Minister Pronk (ruimtelijke ordening) nam gisteren met deze stelling in een nieuwjaarstoespraak voor de ANWB afscheid van het begrip 'corridor', waarin bebouwing 'gebundeld' werd voorgesteld langs autosnelwegen. Pronk nam met zijn rede een voorschot op de vijfde nota over de ruimtelijke ordening, die komend voorjaar wordt gepresenteerd. In de discussie over de ruimtelijke ordening heeft het idee dat bebouwing zou mogen plaatsvinden in 'corridors' tussen de steden een poosje centraal gestaan. In de praktijk gebeurde dat ook al lang, wat leidde tot lintbebouwing van kantoren en bedrijven langs snelwegen. Pronk verafschuwt dat. "Het mag op een aantal plaatsen druk zijn maar er mag geen gevoel van volte ontstaan." De minister wil nu een duidelijke keuze maken. Bedrijven die op goederenvervoer zijn gericht, kunnen wat hem betreft nog wel een plekje krijgen op knooppunten aan belangrijke spoor-, weg- en waterverbindingen. Maar kantoren en woonhuizen moeten in de bestaande steden komen. De minister keert daarmee terug naar de 'oude' visie van zijn ministerie. Pronk wil dat binnen zo'n stedelijk netwerk goed regionaal openbaar vervoer voorhanden is om binnen maximaal dertig tot veertig minuten overal binnen dat netwerk te kunnen komen. |