Natuurwaarden Oostvlietpolder groot
Bedrijventerrein ongewenst en overbodig
Vrijdag 10 januari 2003 presenteerde de gemeente Leiden het nieuwe voorontwerp-bestemmingsplan Oostvlietpolder. Waar de Vereniging Vrienden Oostvlietpolder (destijds als comité) de afgelopen jaren bij de gemeente (met name wethouder Pechtold van milieu) op heeft aangedrongen en een Raad van State uitspraak voor nodig bleek, is ten behoeve van het nieuwe voorontwerp-bestemmingsplan Oostvlietpolder dan nu toch eindelijk gebeurd: een natuurwaardenonderzoek.De uitslagen van dit onderzoek liegen er niet om: in de Oostvlietpolder zijn ruim 86 diersoorten (waaronder 35 soorten broedvogels) aangetroffen die een beschermde status genieten! (Zie onderstaande lijst.) Opvallend en zeer positief detail is de vestiging van twee paar zomertaling in de Oostvlietpolder; een sterk bedreigde Rode Lijstsoort die juist landelijk en regionaal fors in aantal is afgenomen.
Het is onbegrijpelijk en volgens dit natuuronderzoek volstrekt onterecht dat de provincie Zuid-Holland in het ontwerp-streekplan nu juist deze polder binnen de rode contour plaatst om de ontwikkeling van stedelijke functies in de Oostvlietpolder mogelijk te maken. In plaats van een dergelijk natuurgebied te koesteren wordt zo de Oostvlietpolder aan alle kanten bedreigd: wil de gemeente Leidschendam-Voorburg er een golfbaan aanleggen, dreigt in de toekomst de aanleg van Rijksweg 11 (of verlengde Churchilllaan) en ontwikkelt Leiden - ondanks 2000 ingediende handtekeningen vóór het behoud van de Oostvlietpolder - een nog groener dan groen industrieterrein zelfs tot in mensen hun achtertuin.
Volgens wethouder Hillebrand absoluut noodzakelijk om de herstructurering van bestaande Leidse bedrijfsterreinen mogelijk te maken en de werkgelegenheid te waarborgen. Volgens de Vereniging Vrienden Oostvlietpolder is een bedrijventerrein in een dergelijk natuurgebied ongewenst en overbodig gelet op de volgende feiten:
1. De vraag naar bedrijfsruimte(n) is door de verminderde economische groei sterk teruggelopen en er is mede dankzij die verminderde economische groei een groeiend aanbod aan bestaande bedrijfsruimten. Uit landelijke cijfers blijkt dat het aanbod van vrij verhuurbare oppervlakte bedrijfsruimte tussen eind 2000 en de eerste helft van 2002 is gestegen met 39%. In dezelfde periode is door de verminderde vraag het aantal transacties teruggelopen met 60%! (Bron: NVM vastgoed).
2. Het aanbod aan bedrijventerreinen overstijgt de vraag nu en in de toekomst, ook als de economische groei weer aantrekt. In het ontwerp-streekplan wordt een tekort van 100 hectare bedrijventerrein genoemd. Het aanbod is echter nu al 127 hectare en dat is exclusief de Oostvlietpolder. Het aanbod is zelfs zo groot, dat de gemeente Oegstgeest af wil zien van het plan om het bedrijventerrein Rijnfront te ontwikkelen (qua oppervlakte ongeveer gelijk aan de Oostvlietpolder)!
3. Ondanks het vermeende gebrek aan bedrijventerreinen in de Leidse regio presteert de regionale economie volgens onafhankelijk onderzoek bovengemiddeld, beter dan het landelijk gemiddelde en beter dan het gemiddelde in heel Zuid-Holland. Dit blijkt uit twee onafhankelijke onderzoeken: uit het rapport "Cijfers en Trends 2002" van de RABO-bank en uit de "Enquete Regionale Bedrijfsontwikkeling 2002" van de Kamer van Koophandel Rijnland.
Tot slot: het ontwikkelen en de reconstructie van bedrijfsterreinen, de werkgelegenheid en het behoud van cultuurhistorische natuurgebieden zijn inmiddels geen onderwerpen meer die per gemeente afzonderlijk kunnen worden beschouwd. Het is de hoogste tijd dat de provincie en gemeenten in de Leidse regio samen hun verantwoordelijkheid voor het behoud van dergelijke natuurgebieden als de Oostvlietpolder gaan nemen. En gelet op de landelijke trend van alsmaar dalende aantallen beschermde weidevogels als grutto, tureluur en zomertaling is dat beslist geen overbodige luxe!!
Onderstaande tabel geeft weer welke beschermde diersoorten (volgens het natuuronderzoek Leiden) in de Oostvlietpolder leven.
vogels (onderstreept = broedvogel) zoogdieren
* = habitatrichtlijn bijlage IVaalscholver houtduif gewone dwergvleermuis*
knobbelzwaan Turkse tortel ruige dwergvleermuis*
Canadese gans ransuil watervleermuis*
grauwe gans grote bonte specht laatvlieger*
brandgans graspieper rosse vleermuis
blauwe reiger witte kwikstaart egel
lepelaar gele kwikstaart mol
ooievaar winterkoning bosspitsmuis
waterhoen roodborst haas
meerkoet heggenmus konijn
grutto (rode lijst) merel rosse woelmuis
tureluur (rode lijst) zanglijster veldmuis
kievit kramsvogel bosmuis
scholekster koperwiek wezel
watersnip zwartkop hermelijn
wintertaling fitis bunzing
zomertaling (rode lijst) tjiftjaf
krakeend goudhaantje amfibieën
slobeend huismus middelste groene kikker
wilde eend koolmees bruine kikker
bergeend staartmees gewone pad
smient pimpelmees kleine watersalamander
torenvalk boomkruiper
buizerd Vlaamse gaai vissen
sperwer ekster kleine modderkruiper
fazant zwarte kraai
witgatje kauw
zwarte ruiter spreeuw
zilvermeeuw vink
stormmeeuw keep
kokmeeuw kneu
kleine mantelmeeuw groenling
visdiefBron:
Voorontwerp bestemmingsplan gemeente Leiden, 8 januari 2003.Het veldonderzoek met betrekking tot de broedvogels, vleermuizen en flora is uitgevoerd door RBOI Rotterdam B.V.
Bureau Waardenburg heeft de Oostvlietpolder onderzocht op het voorkomen van amfibieën, waarbij tevens aandacht is besteed aan het voorkomen van te beschermen vissoorten. Verder is gebruik gemaakt van provinciale inventarisatie-gegevens uit de periode 1985-1997.