Oostvlietpolder liever groen
dan CO2 neutraal
Ten behoeve van de Energievisie Oostvlietpolder heeft de gemeente Leiden door bureau Ecofys een plan laten maken om de uitstoot van kooldioxide door de bedrijven in het nieuw te ontwikkelen industriegebied Oostvliet te beperken. Dit streven van de gemeente Leiden naar CO2 reductie verdient uiteraard alle lof, maar is dit nu voldoende reden om een belangrijk deel van de groene Oostvlietpolder op te offeren voor industrie?
Volgens bureau Ecofys is het mogelijk de uitstoot van kooldioxide door de verbranding van fossiele brandstoffen ten behoeve van de energievoorziening van het industriegebied flink te beperken. Op papier zien deze plannen er mooi uit, maar zijn ze ook haalbaar?
De plannen van Ecofys en de gemeente Leiden kosten veel geld. Van de Rijksoverheid wordt verwacht dat deze de aanleg van energiezuinige bedrijventerreinen stimuleert door middel van energiesubsidies. Het voortbestaan van deze subsidies staat onder druk als gevolg van de bezuinigingen. Het is dus maar de vraag of deze geldstroom blijft bestaan. De extra investering voor energiebesparende maatregelen is volgens Ecofys in ongeveer 5 jaar terug te verdienen. Dat valt op het oog mee, maar hebben bedrijven in deze economisch zware tijden geld over voor energiebesparing, nog los van alle andere verplichtingen die de gemeente Leiden aan de bedrijven op Oostvliet op wil leggen?
De maatregelen waarmee de besparingen op het gebruik van fossiele brandstoffen bereikt moeten worden zijn ook niet onomstreden. Een belangrijke besparing kan bereikt worden door gebruik te maken van een houtverbrandingsinstallatie. Bij het verbranden van hout komt altijd dioxine vrij. De installatie zou met snoeihout gestookt moeten worden. De vraag is of er ook op langere termijn voldoende aanbod blijft aan snoeihout, dat voor ieder energiebedrijf een aantrekkelijke alternatieve energiebron is. In plaats van snoeihout is er voldoende aanbod van sloophout, maar dat is met verf en zware metalen vervuild en levert dus veel meer milieuproblemen op. Andere besparingsmogelijkheden zijn volgens Ecofys het gebruik van asfalt als zonnecollector en het oppompen en weer terugpompen van grondwater vanaf 80 meter diepte voor verwarming in de winter en koeling in de zomer. Dit zijn methoden die nog in de kinderschoenen staan en waarvan het nog maar de vraag is of ze in de praktijk het gewenste resultaat opleveren tegen de geraamde kosten.
De aanpak van het energievraagstuk vereist ook een bepaalde indeling en samenstelling van het industrieterrein. In de berekeningen is uitgegaan van ongeveer 9 hectare aan kantoren en van een aantal bedrijven met een grote warmtebehoefte, zoals papier- en zuivelfabrieken. De vraag is of deze inrichting van het industriegebied wenselijk is. De Oostvlietpolder is slecht bereikbaar per openbaar vervoer en rond Leiden centraal is volop kantoorruimte beschikbaar. Waarom zou dan 9 hectare van de Oostvlietpolder bestemd moeten worden voor kantoren? Bovendien is de Oostvlietpolder volgens de gemeente Leiden bedoeld voor Leidse bedrijven die op hun huidige locatie niet meer uit kunnen breiden. Waar zijn de Leidse bedrijven die men volgens de energievisie zoekt? Tenslotte is het plan alleen rendabel als het industriegebied in hoog tempo wordt volgebouwd. De gemeente Leiden gaat uit van 8 hectare per jaar. De gemiddelde gronduitgifte in de hele regio bedroeg de afgelopen 10 jaar 9-10 hectare per jaar, 8 hectare voor de Oostvlietpolder alleen is dus nauwelijks reëel te noemen.
Conclusie: mooie plannen, maar lang niet mooi genoeg om daar de waardevolle groene Oostvlietpolder voor op te offeren!