Uit het Leidsch Dagblad van 30 juni 2000:

Dijkgraaf moet weerstand tegen
baggerstortplaats serieus nemen

In het Leidsch Dagblad van 22 en 23 juni (be)dreigt het hoogheemraadschap Rijnland de gemeente Leiden en de provincie Zuid-Holland (opnieuw) met een schadeclaim wegens het schrappen van de baggerstortplaats in de Oostvlietpolder.

"Jarenlange voorbereidingen, die waren uitgemond in een overeenkomst tussen alle partijen, zijn voor niets geweest. Leiden heeft de overeenkomst opgeblazen. Leiden krijgt dus de rekening voor de komende twee jaar", kondigt dijkgraaf E. van Tuyll van Serooskerken aan.

De dijkgraaf vergeet hier gemakshalve even dat er ook nog zoiets bestaat als 'inspraak'. Zeker bij de totstandkoming van het bestemmingsplan Oostvlietpolder is er door vele burgers en andere organisaties van dit recht gebruik gemaakt. De gemeente en de provincie hebben vervolgens alle ingebrachte bezwaren, opmerkingen, informatie, het MER etc. beoordeeld en afgewogen.

Dat hun keuze inzake de Oostvlietpolder niet de keuze is van het hoogheemraadschap, Baggerdepot Zuid-Holland B.V. (BZH) en de dijkgraaf is wel duidelijk. Maar om Leiden en Zuid-Holland 'schuldig' te verklaren, getuigt toch wel van een zeer ondemocratisch gedachtengoed van de dijkgraaf.

Van Tuyll: "Tegenstanders hebben beweerd dat technieken zich zo snel ontwikkelen, dat bagger kan worden hergebruikt. Kortom: een depot is waarschijnlijk helemaal niet nodig".

Enige nuancering is hier wellicht op zijn plaats.
Alternatieve technieken van het verwerken van zwaar tot zeer zwaar vervuilde bagger verkeren inmiddels in een eindstadium van ontwikkeling. Bij verwerking van vervuilde baggerspecie tot herbruikbare bouwstof kan er sprake zijn van een hoger milieurendement. Er behoeft minder te worden gestort en er hoeft minder open groene ruimte te verdwijnen om te worden opgeofferd aan stortplaatsen. Indien dit is te realiseren en de bestaande stortcapaciteit (± 105 miljoen kuub) efficiënt wordt gebruikt, dan behoeven er voorlopig geen extra depots te worden aangelegd.

Van Tuyll: "We hebben 200.000 kuub per jaar aan bagger. Dat kunnen we voor de prijs van 70 gulden per kuub wegbrengen naar De Slufter en dat is twee tot drie keer per kuub meer dan wanneer we het in de Oostvlietpolder hadden kunnen storten. Tel uit je winst".

De dijkgraaf vergeet hier te vermelden dat dit storten in de Oostvlietpolder (± 4,8 miljoen kuub) zo goedkoop is omdat de initiatiefnemers (o.a. hoogheemraadschap, BZH) de Europese Regelgeving en IBC-normen (Isoleren, Beheersen en Controleren) bij de realisering van de stortplaats Oostvlietpolder aan hun laars lappen.

Zo weigert men bijvoorbeeld bentonietwanden te plaatsen (kosten circa f22 tot f32 miljoen); is men technisch niet in staat de stortplaats te isoleren en gaat men 80 kg. chloriden per dag(!) in de Korte Vliet lozen omdat dit redelijk dichtbij Katwijk ligt en het zo in zee kan stromen. Tel uit je winst!

De dijkgraaf vergeet te spreken over de extra brugopeningen van de Wilhelminabrug (Hoge Rijndijk), de Lammebrug (Europaweg) en de spoorbrug Leiden - Utrecht; een toename van het aantal brugopeningen van gemiddeld 35% tot 140%. Deze bruggen 32 tot 40 keer per dag extra open: Burgers, tel uit je winst!!

Het wordt tijd dat de dijkgraaf, het hoogheemraadschap en het Baggerdepot Zuid-Holland B.V. de maatschappelijke weerstand tegen dergelijke stortplaatsen, gelegen in een woon- werkgebied, serieus gaan nemen; dat het hoogheemraadschap stopt met haar dreigementen en het geld van burgers niet langer steekt in allerlei (juridische) procedures.

Het wordt tijd te kiezen; om samen met andere bedrijven (met de Stichting Klasse 4) tijd en energie te gaan steken in het verder ontwikkelen en exploiteren van alternatieve baggerverwerkingstechnieken; eventuele (logistieke) problemen samen op te lossen, etc.

Hiervoor kiezen; net zoals we in het verleden bij het afvoeren van ons huisvuil hebben gekozen voor het (duurdere) verwerken in plaats van storten en stortplaatsen. Dat is échte winst, voor iedereen!

 

Namens het Comité Vrienden Oostvlietpolder,

Hans Pieters.