Brief van het comité Vrienden Oostvlietpolder aan wethouder Pechtold

van 11 maart 2000 naar aanleiding van het krantenartikel

in het Leidsch Dagblad van 7 maart 2000 met als titel:

"Wethouder Pechtold pareert kritiek"

*********************************************************************

Geachte wethouder,

In het bijgevoegde krantenartikel uit het Leidsch Dagblad van 7 maart j.l. reageert u op hetgeen er door het comité Vrienden Oostvlietpolder is gesteld, namelijk dat er bij de totstandkoming van bestemmingsplan Oostvlietpolder in strijd is gehandeld met de 'Conventie van Bern'.

Voor de volledigheid vermelden wij hieronder nog even hetgeen er door Nederland op 19 september 1979 in de 'Conventie van Bern' is ondertekend:
"Iedere Verdragsluitende Partij verbindt zich ertoe om bij haar beleid op het gebied van ruimtelijke ordening en ontwikkeling en bij haar maatregelen tegen verontreiniging, rekening te houden met de instandhouding van de in het wild voorkomende dier- en plantensoorten."

Uit uw reactie in het krantenartikel menen wij te mogen concluderen dat er, volgens u, bij de totstandkoming van het bestemmingsplan Oostvlietpolder een juiste uitvoering is gegeven aan hetgeen er in natuurbeschermingswetten en de 'Conventie van Bern' is vastgelegd.

Reden voor het comité om u deze brief te schrijven met het vriendelijke verzoek of u het een en ander kunt verduidelijken middels het beantwoorden van onderstaande vragen:

1. Is er natuurkundig onderzoek verricht in de Oostvlietpolder naar in het wild levende (beschermde en/of bedreigde) dier- en plantensoorten?

Zo ja, door wie en op welk moment heeft dit onderzoek plaatsgevonden?
Wat zijn de uitkomsten van dit onderzoek?
Op welke (exacte) plaatsen en in welke aantallen komen er (beschermde en/of bedreigde) dier- en plantensoorten in de Oostvlietpolder voor?
Indien van toepassing, welke (compenserende) maatregelen zijn er genomen om deze soorten in stand te houden?
Kunt u ons een kopie van de uitslagen van het onderzoek doen toekomen?

Zo nee, kunt u ons dan uitleggen hoe er bij de totstandkoming van het bestemmingsplan Oostvlietpolder qua ruimtelijke ordening rekening kan zijn gehouden met in het wild voorkomende dier- en plantensoorten (de 'Conventie van Bern')?
Hoe kun je 'met iets rekening houden' wat niet (volledig) bekend of onderzocht is?

2. Wordt de ecologische zone aangelegd met het doel te fungeren als compensatiegebied?

Zo ja, welke leefgebieden van (beschermde en/of bedreigde) dier- en plantensoorten, voor zover u bekend, die door het aanleggen van het bedrijventerrein verloren gaan, denkt u met het aanleggen van een moerasachtige ecologische zone te compenseren?

Zo nee, waar worden de leefgebieden van de in de Oostvlietpolder voorkomende (beschermde en/of bedreigde) dier- en plantensoorten, voor zover u bekend, die door het aanleggen van het bedrijventerrein verloren gaan dan gecompenseerd?

3. Acht u het aanleggen van een ecologische zone (die als een moerasachtig gebied zal worden ingericht) een juiste compensatie maatregel voor de weidevogels als bijvoorbeeld grutto, tureluur en zomertaling?

4. Verwacht u dat de weidevogels zich in de ecologische zone zullen 'herhuisvesten'?
Zo niet, waar gaat u het compensatie-gebied voor de weidevogels dan realiseren?

In afwachting van uw reactie, tekent met vriendelijke groeten,

 

namens het comité Vrienden Oostvlietpolder,

Hans Pieters.

 

Burgemeester en Wethouders van Leiden hebben op deze vragen inmiddels
een schriftelijke reactie gegeven.