Voorbereidingsbesluit Oostvlietpolder
Commissie ROWV 13 december 2001

Gemeente Leiden weigert spreektijd
aan Comité Vrienden Oostvlietpolder

Op donderdagavond 13 december 2001 stond op de agenda van de commissie Ruimtelijke Ordening, Wonen en Verkeer het voorbereidingsbesluit Oostvlietpolder geagendeerd. Dit voorbereidingsbesluit is nodig omdat na een jarenlange procedure uiteindelijk op 29 augustus 2001 de Raad van State het door Leiden ontwikkelde bestemmingsplan heeft vernietigd en dertien bezwaarmakers (waaronder het Comité) in het gelijk heeft gesteld.

Aangezien het Comité Vrienden Oostvlietpolder al vele jaren de ontwikkelingen in de polder nauwgezet volgt, had het Comité enkele dagen voor deze commissievergadering spreektijd over dit onderwerp aangevraagd. Het Comité hecht er waarde aan haar visie over dit voorbereidingsbesluit en een toekomstig nieuw bestemmingsplan aan de leden van de ROWV-commissie/gemeenteraad kenbaar te maken alvorens zij tot een eventuele goedkeuring van het voorbereidingsbesluit Oostvlietpolder besluiten.

Om onduidelijke redenen heeft de gemeente echter een dag voor de commissievergadering de aangevraagde spreektijd (maar liefst vijf minuten!) van het Comité geweigerd. Leiden heeft op dit moment blijkbaar liever niet dat bezorgde burgers en belanghebbenden meedenken en zich met de plannen in de polder bemoeien.

Middels onderstaande tekst wil het Comité echter toch haar visie over de ontwikkelingen in de Oostvlietpolder aan u kenbaar maken.

     

Uitspraak Raad van State
moet ook voor Leiden bindend zijn

Leidens laatste agrarische (Oostvliet)polder blijft groen want op 29 augustus j.l. heeft de Raad van State de bezwaren van dertien appellanten tegen het bestemmingsplan Oostvlietpolder gegrond verklaard.

Al tijdens de hoorzitting bij de Raad van State in juni bleek, dat de gemeente Leiden en de provincie Zuid-Holland nogal wat steken hadden laten vallen. De plaats en omvang van het bedrijventerrein, de onvoldoende groene inpassing, het ontbreken van compenserende maatregelen voor het verdwijnen van weidevogelgebied (Rode Lijst soorten), het verzuimen onderzoek te doen naar de aanwezige natuurwaarden; dit waren allemaal punten waarover de leden van de Raad kritische vragen stelden.

Maar bovenal oordeelde de Raad het bestemmingsplan Oostvlietpolder strijdig met het Rijks(bufferzone)beleid en doet de uitspraak recht aan de status die de Oostvlietpolder geniet: groene bufferzone en/of regionaal park*. En laten we wel wezen, Leiden heeft niet alleen gebrek aan ruimte om te wonen en te werken. Ook de ruimte om te genieten van een open stuk groene natuur is bijzonder schaars en wordt nog schaarser nu het kabinetsstandpunt luidt om Vliegveld Valkenburg (ook behorende tot de Rijksbufferzone) te bebouwen.

De provincie Zuid-Holland heeft het voornemen om in dit gebied naast woningbouw ook
50 ha bedrijventerrein te ontwikkelen; 10 ha meer als in de Oostvlietpolder. En als er inderdaad werkelijk voor Valkenburg wordt gekozen, dan kan er volgens het Comité absoluut geen sprake meer van zijn om ook in de Oostvlietpolder een bedrijventerrein/baggerstortplaats te ontwikkelen omdat dat zou betekenen dat de Rijksbufferzone in de directe omgeving van Leiden op meerdere plaatsen ernstig wordt aangetast. Deze ontwikkeling zou de natuur en leefbaarheid in de Leidse regio enorm schaden en lijkt ons bovendien volledig in strijd met het Rijksbufferzonebeleid voorzover je daar dan nog van zou kunnen spreken!

Volgens het Comité Vrienden Oostvlietpolder is de uitspraak van de Raad van State over de Rijksbufferzone Oostvlietpolder duidelijk en helder. Alleen..... wij zijn er niet gerust op dat deze uitspraak, welke na vele jaren van besluitvorming en inspraak uiteindelijk op democratische wijze tot stand is gekomen, door iedereen wordt aanvaard. Het is daarom dat het Comité op bestuurders en de politiek een dringend beroep wil doen de uitspraak van de Raad van State te respecteren en op basis van deze gerechtelijke uitspraak een nieuw (groen) bestemmingsplan Oostvlietpolder te ontwikkelen.

Immers, het Comité Vrienden Oostvlietpolder en de twaalf andere appellanten hadden een andersluidende uitspraak ook moeten accepteren! Want laten we de RvS-uitspraak nu eens omdraaien: de bezwaren van de appellanten waren ongegrond verklaard en de gemeente Leiden zou in het gelijk gesteld zijn..... Het bestemmingsplan Oostvlietpolder zou dan zijn bekrachtigd en het aanleggen van het bedrijventerrein zou voor alle bezwaarmakers een voldongen feit zijn. Verder hoger beroep voor hen niet mogelijk, opnieuw bezwaar maken onmogelijk.

Politiek en bestuurders zouden vervolgens hebben verklaard dat "het spijtig was voor alle bezwaarmakers maar dat het bestemmingsplan volgens de gangbare wettelijke regels en procedures op democratische wijze tot stand was gekomen. Alle bezwaren zijn gewikt en gewogen en er ligt nu voor een ieder een bindende uitspraak van de Raad van State."

Voor de gemeente Leiden nu ligt dat anders: Zij kan gewoon opnieuw beginnen en eventueel tot in lengte van jaren doorgaan met het gestelde doel (het bedrijventerrein Oostvlietpolder) te realiseren. Deze werkwijze zou voor Leidse burgers niet echt een stimulans zijn om zich bij gemeentelijke zaken betrokken te (blijven) voelen hetgeen nu juist binnen de gemeente en politiek een veel gehoorde klacht is. Bovendien, neemt Leiden haar burgers wel serieus? Heeft zo'n (inspraak)procedure en dat bezwaar maken (zelfs tot aan de Raad van State) van burgers dan eigenlijk wel zin? En: is hier in feite geen sprake van een stukje rechtsongelijkheid tussen een gemeente en haar meedenkende, bezwaarmakende burgers?

Daarom nogmaals een dringend beroep op bestuurders en de politiek om de uitspraak van de Raad van State te respecteren en op basis van deze gerechtelijke uitspraak een nieuw (groen) bestemmingsplan Oostvlietpolder te ontwikkelen. Betekent concreet: de waarde(n) voor mens en natuur van de Oostvlietpolder te erkennen, de polder te behouden als groene bufferzone en als gemeente Leiden de uitdaging aangaan een alternatief te ontwikkelen om de werkgelegenheid niet alleen binnen de eigen gemeentegrenzen, maar in regionaal verband te bezien en te ontwikkelen waarbij groene gebieden, natuur, leefbaarheid, maar ook de werkbaarheid voor reeds gevestigde bedrijven in deze regio in acht worden genomen.

Het Comité Vrienden Oostvlietpolder is ervan overtuigd dat als Leiden dit wil, Leiden dit kan!

Comité Vrienden Oostvlietpolder,
13 december 2001

 

* Een regionaal park is een herkenbare landschappelijke eenheid van niet-verstedelijkt gebied, aansluitend op de steden in een stedelijk netwerk. Regionale parken zijn bedoeld om de mogelijkheden van dagrecreatie voor de bewoners van stedelijke netwerken te vergroten en te verbeteren. In regionale parken is uitbreiding van het stedelijk ruimtebeslag en uitbreiding van permanente verblijfsrecreatie niet toegestaan.

Uit: Planologische Kernbeslissing Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening, deel 3 kabinetsstandpunt, pagina 86 (vergaderjaar 2001-2002).

Terug