|
De afdeling bestuursrechtspraak van de
Raad van State in Den Haag heeft geen aanleiding gezien om het
vervangingsbesluit van minister Pronk van VROM voor het bestemmingsplan
Oostvlietpolder te schorsen. Om schorsing van het besluit is
bij het Haagse rechtscollege verzocht door Baggerdepot Zuid-Holland
BV, een samenwerkingsverband van de Hoogheemraadschappen Rijnland,
Schieland en Delfland, huisarts A. Loncq de Jong en het Hoogheemraadschap
van Rijnland. Leiden is verheugd over de uitspraak. Hoewel nog
een bodemprocedure volgt, mag de gemeente nu alvast beginnen
met de uitvoering van de plannen in het gebied.
"Dat is goed nieuws", zegt projectleider A. de Kok
van de gemeente. "Met name voor wat betreft het verplaatsen
van een gedeelte van de volkstuinen in het gebied. De uitspraak
komt op een geschikt moment. Dit jaar nog gaan we het nieuwe
volkstuingebied op orde brengen en zodra dat gereed is kunnen
de bewuste volkstuinders over. Vervolgens kunnen we volgend jaar
beginnen met het vrijgekomen gebied waar een bedrijventerrein
moet komen."
De bezwaarmakers hadden zich in groten getale gemeld om te protesteren
tegen het vervangingsbesluit van Pronk. Baggerdepot Zuid-Holland
vindt dat in het bestemmingsplan ruimte had moeten worden gereserveerd
voor een baggerspeciedepot van tenminste 27 hectare op gronden
die nu zijn bestemd voor 'Agrarische Doeleinden Onbebouwd', 'Volkstuinen',
'Bedrijventerrein' en 'Ecologische Zone'. En ook volgens het
samenwerkingsverband van Hoogheemraadschappen zijn daarover door
de gemeente Leiden afspraken gemaakt met provincie en rijk.
Het Hoogheemraadschap Rijnland richt de bezwaren in het bijzonder
op de bestemming 'volkstuinen' die beperkingen oplegt aan de
inrichting van het toekomstige baggerdepot. Arts Loncq de Jong
is ontevreden over de bestemming Ecologische Zone die loopt over
het perceel waar hij een artsenpraktijk wil bouwen.
De Raad van State stelt vast dat het vervangingsbesluit van Pronk
zich slechts richt op het deel van het bestemmingsplan waar een
bedrijfsbestemming was gelegd op gronden die in het oude bestemmingsplan
zijn omschreven als 'natuurgebieden landgoederenzone'. Voor het
overige is het goedkeuringsbesluit van Gedeputeerde Staten (GS)
van Zuid-Holland door Pronk in stand gelaten.
Het Haagse rechtscollege merkt verder op dat de bestemming Agrarische
Doeleinden Onbebouwd een kleine 26 hectare vrijlaat voor de komst
van een baggerdepot. Dat oppervlak gevoegd bij een strook van
een hectare bedrijventerrein waaraan GS goedkeuring hebben onthouden
levert de benodigde ruimtereservering voor het baggerdepot op,
aldus de Raad van State. De meeste grond in dit gebied is inmiddels
ook al in handen van Baggerdepot Zuid-Holland BV. Onder die omstandigheden
ziet het Haagse rechtscollege geen reden om het schorsingsverzoek
van het Hoogheemraadschap en Baggerdepot Zuid-Holland BV toe
te wijzen.
Ten aanzien van Loncq de Jong overweegt de Raad van State dat
deze niet is gebaat bij schorsing van het vervangingsbesluit.
Met schorsing heeft de arts immers nog niet de door hem gewenste
woonbestemming op zijn perceel. Aangezien Loncq de Jong eigenaar
is van het perceel hoeft hij niet te vrezen voor onomkeerbare
handelingen voordat het Haagse rechtscollege zich in een meer
uitgebreide bodemprocedure definitief over het plan heeft uitgelaten.
De behandeling van die bodemprocedure zal nog wel enkele maanden
op zich laten wachten.
Comité Vrienden
Oostvlietpolder wil in dit kader opmerken dat er nog zo'n vijftien
andere bezwaarschriften (waaronder die van het comité)
bij de Raad van State op behandeling wachten.
Het comité meent dat de uitvoering van de plannen pas
daadwerkelijk kan beginnen als ook over deze bezwaarschriften
door de Raad van State uitspraak is gedaan.
De verwachting is dat de hoorzittingen zomer 2001 zullen worden
gehouden.
|