Uit het Leidsch Dagblad van 29 januari 2001:

Besluit over Oostvlietpolder gehandhaafd

Leiden kan verhuizing
volkstuinen beginnen

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in Den Haag heeft geen aanleiding gezien om het vervangingsbesluit van minister Pronk van VROM voor het bestemmingsplan Oostvlietpolder te schorsen. Om schorsing van het besluit is bij het Haagse rechtscollege verzocht door Baggerdepot Zuid-Holland BV, een samenwerkingsverband van de Hoogheemraadschappen Rijnland, Schieland en Delfland, huisarts A. Loncq de Jong en het Hoogheemraadschap van Rijnland. Leiden is verheugd over de uitspraak. Hoewel nog een bodemprocedure volgt, mag de gemeente nu alvast beginnen met de uitvoering van de plannen in het gebied.

"Dat is goed nieuws", zegt projectleider A. de Kok van de gemeente. "Met name voor wat betreft het verplaatsen van een gedeelte van de volkstuinen in het gebied. De uitspraak komt op een geschikt moment. Dit jaar nog gaan we het nieuwe volkstuingebied op orde brengen en zodra dat gereed is kunnen de bewuste volkstuinders over. Vervolgens kunnen we volgend jaar beginnen met het vrijgekomen gebied waar een bedrijventerrein moet komen."
De bezwaarmakers hadden zich in groten getale gemeld om te protesteren tegen het vervangingsbesluit van Pronk. Baggerdepot Zuid-Holland vindt dat in het bestemmingsplan ruimte had moeten worden gereserveerd voor een baggerspeciedepot van tenminste 27 hectare op gronden die nu zijn bestemd voor 'Agrarische Doeleinden Onbebouwd', 'Volkstuinen', 'Bedrijventerrein' en 'Ecologische Zone'. En ook volgens het samenwerkingsverband van Hoogheemraadschappen zijn daarover door de gemeente Leiden afspraken gemaakt met provincie en rijk.

Het Hoogheemraadschap Rijnland richt de bezwaren in het bijzonder op de bestemming 'volkstuinen' die beperkingen oplegt aan de inrichting van het toekomstige baggerdepot. Arts Loncq de Jong is ontevreden over de bestemming Ecologische Zone die loopt over het perceel waar hij een artsenpraktijk wil bouwen.
De Raad van State stelt vast dat het vervangingsbesluit van Pronk zich slechts richt op het deel van het bestemmingsplan waar een bedrijfsbestemming was gelegd op gronden die in het oude bestemmingsplan zijn omschreven als 'natuurgebieden landgoederenzone'. Voor het overige is het goedkeuringsbesluit van Gedeputeerde Staten (GS) van Zuid-Holland door Pronk in stand gelaten.

Het Haagse rechtscollege merkt verder op dat de bestemming Agrarische Doeleinden Onbebouwd een kleine 26 hectare vrijlaat voor de komst van een baggerdepot. Dat oppervlak gevoegd bij een strook van een hectare bedrijventerrein waaraan GS goedkeuring hebben onthouden levert de benodigde ruimtereservering voor het baggerdepot op, aldus de Raad van State. De meeste grond in dit gebied is inmiddels ook al in handen van Baggerdepot Zuid-Holland BV. Onder die omstandigheden ziet het Haagse rechtscollege geen reden om het schorsingsverzoek van het Hoogheemraadschap en Baggerdepot Zuid-Holland BV toe te wijzen.
Ten aanzien van Loncq de Jong overweegt de Raad van State dat deze niet is gebaat bij schorsing van het vervangingsbesluit. Met schorsing heeft de arts immers nog niet de door hem gewenste woonbestemming op zijn perceel. Aangezien Loncq de Jong eigenaar is van het perceel hoeft hij niet te vrezen voor onomkeerbare handelingen voordat het Haagse rechtscollege zich in een meer uitgebreide bodemprocedure definitief over het plan heeft uitgelaten. De behandeling van die bodemprocedure zal nog wel enkele maanden op zich laten wachten.


Comité Vrienden Oostvlietpolder wil in dit kader opmerken dat er nog zo'n vijftien andere bezwaarschriften (waaronder die van het comité) bij de Raad van State op behandeling wachten.
Het comité meent dat de uitvoering van de plannen pas daadwerkelijk kan beginnen als ook over deze bezwaarschriften door de Raad van State uitspraak is gedaan.
De verwachting is dat de hoorzittingen zomer 2001 zullen worden gehouden.