|
Uit het Leidsch Dagblad van 7 maart 2000: Wethouder Pechtold pareert kritiek'Polder houdt nog natuur genoeg over' |
|
Waardevol. Zo noemt wethouder Pechtold (milieu) de kritiek van het Comité Vrienden Oostvlietpolder op het onderzoek naar de natuurwaarde van de Leidse polder. Maar aanleiding om het nieuwe bestemmingsplan af te keuren, zoals het comité voorstelt, is er volgens de wethouder niet. Natuur die verloren gaat bij bouwwerkzaamheden, krijgt de Oostvlietpolder op andere plekken terug. In de polder komen een veertig hectare groot
bedrijventerrein en eventueel een baggerspeciedepot. Over wat
de gevolgen van zo'n depot zijn voor de omgeving en het leefmilieu
van de polder, is een Milieu Effectrapportage (MER) opgesteld.
In elk geval door de aanleg van het bedrijventerrein en een strook
natuur (de ecologische zone) moeten volkstuinders verkassen en
raken boeren land kwijt. De gemeenteraad en de provincie hebben
het bestemmingsplan, waarin de natuurstrook en het bedrijventerrein
juridisch worden vastgelegd, goedgekeurd. De belangengroep, die bestaat uit volkstuinders,
agrariërs en bewoners, valt de milieustudie aan. De studie
van bureau Witteveen en Bos somt een aantal in de polder voorkomende
bijzondere, bedreigde vogels op: de grutto, de tureluur en de
zomertaling. Verder ontdekte het bureau dat in de Oostvlietpolder
vier soorten vleermuizen leven. Volgens het comité gaat Zuid-Holland
daarmee voorbij aan de beschermde status van vleermuizen en de
aanwezigheid van enkele bijzondere broedvogelpopulaties. Tevens
zijn bewoners van de volkstuincomplexen hagedissen tegengekomen.
Ook de hagedis is een beschermde diersoort, Het diertje wordt
- aldus het comité - genoemd in de 'Conventie van Bern'.
Daarin staat dat bij het maken van plannen ,,rekening moet worden
gehouden met de instandhouding van de in het wild voorkomende
dier- en plantensoorten". Het Comité Vrienden Oostvlietpolder
wil nu dat de gemeente of de provincie eerst een uitvoerig natuuronderzoek
doet en de uitkomsten daarvan toetst aan de Natuurbeschermingswet
en de bepalingen van de Conventie van Bern. Dat lijkt wethouder Pechtold niet nodig. Hij
wijst erop dat in de polder een moerasbos wordt aangelegd. ,,Er
zit voor miljoenen guldens een ecologische zone in het bestemmingsplan.
Die geldt straks ook als overgangszone tussen recreatiegebied
Vlietlanden en polderpark Cronesteyn. Kortom: natuur die door
de bedrijven verdwijnt, keert elders in de polder terug, aldus
de wethouder. |