Inspraakreactie maart 2003 verplaatsingsplan volkstuinen artikel 19, lid 1 WRO

Leiden, 10 maart 2003.

Aan:
Burgemeester en Wethouders gemeente Leiden
Postbus 9100, 2300 PC Leiden

Betreft:
inspraakreactie/bezwaarschrift en alternatief verplaatsingsplan
volkstuinen Oostvlietpolder, gemeente Leiden; artikel 19, lid 1, WRO

 

Geacht College,

De Vereniging Vrienden Oostvlietpolder wil hierbij opnieuw een inspraakreactie/bezwaarschrift en een alternatief indienen (blz. 3) inzake de inrichting van een volkstuinencomplex in de Oostvlietpolder zoals door de gemeente Leiden is vastgelegd in het verplaatsingsplan volkstuinen; artikel 19, lid 1, WRO procedure.

1. Verplaatsingsplan volkstuinen (art. 19 procedure WRO)

De Vereniging Vrienden Oostvlietpolder kan voor wat betreft de aanleg van het volkstuinencomplex (echter met inachtneming van de in onze inspraakreactie/bezwaarschrift van 23 juni 2002 op het verplaatsingsplan volkstuinen genoemde aanpassingen en voorwaarden) met het verplaatsen van volkstuinen instemmen. De onzekerheid voor de volkstuinders en hun verenigingen heeft lang genoeg geduurd.

Onze bezwaren richten zich tegen de onnodige combinatie van deze verplaatsing met de aanleg van een bromfietspad dwars door het volkstuincomplex en de aanleg van een 'groene zone' waarvoor ook volkstuinen zouden moeten verdwijnen.

Als er een zogenaamde 'groene zone' aangelegd moet worden, dan is het natuurlijk bijzonder wrang dat daarvoor 14 volkstuinen van volkstuinvereniging Roomburg moeten verdwijnen. Door hun gevarieerde aanleg en beplanting zijn volkstuinen in een weidegebied volgens deskundigen (Universiteit van Amsterdam, RAVON, zie bijlage 7 en 8) en het natuurwaardenonderzoek (zie bijlage 7 van het voorontwerp bestemmingsplan, 8 januari 2003) juist bij uitstek geschikt als leefgebied voor verschillende diersoorten, met name amfibieën.

Er dus is momenteel (maar ook in de toekomst) geen enkele reden en/of zwaarwegend maatschappelijk belang om deze 14 volkstuinen te verplaatsen en deze tuinders onnodig leed te berokkenen. Sterker nog: deze volkstuinders hebben een gerechtelijke uitspraak aan hun kant!

Ook de gemeente Leiden lijkt dit inmiddels voor een deel in te zien en te erkennen: In het voorontwerp bestemmingsplan Oostvlietpolder (8 januari 2003) kunnen volkstuinen nu ineens wel deel uitmaken van een ecologische verbindingszone! In het vorige bestemmingsplan (april 1999) moesten er nog volkstuinen verdwijnen voor een ecologische verbindingszone. De volkstuinen die in het vorige bestemmingsplan hiervoor moesten wijken zijn echter in het voorliggende plan niet opnieuw ingetekend. In plaats van deze tuinen is nu een zogenaamde 'groene zone' getekend, waarvan het doel en de meerwaarde (opnieuw) volstrekt onduidelijk is. Als volkstuinen in het voorliggende voorontwerp bestemmingsplan zelfs deel uit kunnen maken van een ecologische verbindingszone, dan is er ons inziens geen enkele reden waarom deze bestaande tuinen niet zouden passen in een zogenaamde 'groene zone'. Bovendien is de definitie van deze 'groene zone' nu al zo ruim dat volkstuinen daar zonder grote wijziging in te passen zijn. Wat zijn volkstuinen anders dan de in de definitie genoemde groenvoorzieningen? De enige aanpassing zou zijn het toestaan van (de bestaande) volkstuinhuisjes.

De Vereniging maakt dan ook op dit punt nog steeds ernstig bezwaar tegen het verplaatsen van volkstuinen en het zinloos opofferen van deze 14 volkstuinen.

Aanleg bromfietspad(en)
De Vereniging maakt bezwaar tegen de geplande, zogenaamde recreatieve bromfietspaden door het volkstuincomplex en de ecologische zone.

Een dwars door de ecologische zone en het volkstuincomplex heen lopend doorgaand bromfietspad betekent een ingrijpende verstoring zeker (maar zeker niet alleen) omdat hier gemotoriseerd verkeer wordt toegestaan zoals destijds wethouder Pechtold (milieu) tijdens de gemeenteraadsvergadering van 18 december 2001 heeft bevestigd.

De door de gemeente Leiden nu ineens veronderstelde recreatieve functie van het bromfietspad door de volkstuincomplexen is onzin omdat het, via de volkstuinen en het industrieterrein, loopt naar de Hofvlietweg bij de A4 (niet écht een recreatieve route). Een functie als bromfietsroute naar de Grote polder aan de overzijde van de Rijksweg A4 vindt de Vereniging op deze locatie, zo dwars door de Oostvlietpolder, ongewenst. Een dergelijk bromfietspad schaadt onnodig de rust en het leefgebied van de beschermde weidevogels, de herpetologische soorten en doet afbreuk aan de bestemming 'volkstuinen'.

Bovendien ligt er al een fietspad aan de zuidzijde langs de Oostvlietpolder van de Vlietweg naar de fietstunnel onder de Rijksweg A4, parallel aan het geplande fietspad en aan de noordzijde van de Oostvlietpolder loopt een fietsroute naar de Grote Polder via de Vrouwenweg. Daarnaast sloot het geplande (brom)fietspad in het vorige bestemmingsplan (april 1999) nog aan op de geplande fietsbrug over de Vliet. Deze fietsbrug is in het nieuwe voorontwerp bestemmingsplan (8 januari 2003) vervallen. Daardoor is er geen aansluiting meer tussen de fietspaden aan de overzijde van de Vliet en het geplande fietspad door de Oostvlietpolder en is er zelfs op dit punt geen toegevoegde waarde meer ten opzichte van de bestaande fietspaden.

Door het aanleggen van bromfietspaden wordt geen recht gedaan aan voorgestelde bestemmingen in de Oostvlietpolder. Bovendien zullen de volkstuinders van deze extra ontsluitingsweg(en) alleen maar hinder ondervinden in de vorm van geluidshinder, drukte en met name in de wintermaanden moet worden gevreesd voor een toename van het aantal inbraken c.q. vernielingen. Het bromfietspad is ons inziens vanuit de volkstuinders bezien bovendien in strijd met het compensatiebeginsel: "Uitgangspunt is dat in beginsel geen netto verlies aan recreatiewaarden mag plaatsvinden".
(Bron: MER Oostvlietpolder, oktober 1999).

Zoals gezegd, heeft het bromfietspad ook voor de weidevogels (Rode Lijst) en herpetologische soorten (zowel in de polder bij de volkstuinen als bij de geplande ecologische zone) een onnodige (rust)verstoring als nadelig gevolg. Drs. F.H.J. Hagedoorn van de Universiteit van Amsterdam (afd. herpetologie) liet ons in het kader van het verplaatsingsplan volkstuinen het volgende weten:

"Amfibieën overwinteren o.a. in/onder opstallen en tuinmateriaal. De verscheidenheid aan voedsel garandeert de opgroei van juvenielen. Dit geldt voor de Gewone pad, Bruine kikker en Kleine watersalamander. De monocultuur van de weilanden zijn voor hen alleen belangrijk in verband met de aldaar aanwezige voortplantingswatertjes. De dekking tegen predatoren is hier ook gering.
In die zin vormen de volkstuinen een belangrijke refugé. Dit geldt niet voor de Groene kikker, die vrijwel het hele jaar afhankelijk is van de watertjes in de weilanden.

Een fietspad dwars door de volkstuinen lijkt me, mede gelet op de rust en privacy van de tuinders, ook geen goede zaak voor de daar voorkomende amfibieën. Alleen al tijdens de paddentrek (twee tot vier nachten per jaar) liggen de Vlietweg, de fietspaden van polderpark Cronesteyn en de Vlietlanden vol met platgereden padden. Een fietspad dwars door de volkstuincomplexen is voor deze dieren nog gevaarlijker als men bedenkt dat daar door deze dieren de rest van het jaar volop gefourageerd wordt. Een openbaar, doorgaand fietspad dat het hele jaar open is, door zo'n kwetsbaar refugé zal een ware slachting opleveren van deze beschermde dieren.

Ook willen wij in dit kader wijzen op een brief van de Werkgroep Monitoring Reptielen, Amfibieën en Vissen Onderzoek Nederland, Afdeling Zuid-Holland (RAVON). Deze brief is als bijlage 8 bij deze inspraakreactie/bezwaarschrift gevoegd. Mede gelet op deze deskundigenberichten maakt de Vereniging Vrienden Oostvlietpolder ernstig bezwaar tegen voornoemde plannen en verzoekt de gemeente met klem af te zien van de aanleg van de extra bromfietspaden in de Oostvlietpolder en de bestaande, prima functionerende en door vele recreanten gewaardeerde Vlietweg als doorgaande, recreatieve route te handhaven.

-back-

Het alternatief
De Vereniging is van mening dat als de gemeente Leiden de volkstuinen in de Oostvlietpolder een positieve bestemming wenst te geven, zij dit gebied dan ook op een zo goed mogelijke wijze dient in te richten. Met andere woorden: de plannen dienen geen onderdelen te bevatten die deze bestemming, of de Oostvlietpolder, nadelig beïnvloeden en/of schaden.

Daarnaast is het de Vereniging duidelijk dat de gemeente graag vanuit Leiden een 'snelle' en leuke recreatieve fietsverbinding wenst naar het Groene Hart. De vraag rijst dan waar een dergelijke nieuwe fietsverbinding het beste zou kunnen worden geprojecteerd.

Als we de twee gebieden gelegen naast de Oostvlietpolder beschouwen, dan ligt aan de ene kant Vlietlanden en aan de andere kant polderpark Cronesteyn. Een verbinding tussen deze twee gebieden vormt de reeds bestaande Vlietweg: door velen gewaardeerd hetgeen valt op te maken uit de enorme drukte op een mooie dag als mensen erop uit trekken. Deze weg heeft dus een aantoonbare recreatieve waarde.

Op datzelfde moment moeten wij constateren dat het in polderpark Cronesteyn (de waterspeelplaats uitgezonderd) beduidend rustiger of zelfs stil is. Hoe komt dit nu? Ons inziens omdat er vanuit polderpark Cronesteyn niet voldoende doorgaande recreatieve fietsverbindingen lopen naar het Groene Hart wat vanuit de Vlietlanden bijvoorbeeld via de Hofvlietweg wel het geval is.

Gelet op deze constateringen wil de Vereniging Vrienden Oostvlietpolder de gemeente verzoeken geen bromfietspaden dwars door de Oostvlietpolder aan te leggen maar als alternatief een verbinding vanuit polderpark Cronesteyn naar de Hofvlietweg te realiseren.

De voordelen
- De geplande compensatiegebieden van de beschermde weidevogels worden niet aangetast.
- Een aanzienlijke versterking van de recreatieve functie en mogelijkheden van polderpark Cronesteyn.
- Snelle doorgaande verbinding, via 'natuurlijke' route vanuit Leiden naar het Groene Hart.
- Ontsluiting per fiets van een eventueel aan te leggen bedrijventerrein in de Oostvlietpolder is ook via deze route mogelijk. Bovendien sluit de route goed aan op de bestaande verkeersknooppunten zoals het Lammenschansplein (Lammebrug) en de Kanaalbrug (bij de spoorweg Leiden - Utrecht).
- Er wordt meer recht gedaan aan de bestemming 'volkstuinen' (minder overlast, drukte, etc.)
- Versterking van het leefgebied van de herpetologische soorten; geen 'slachting'.

Natuurlijk is de Vereniging Vrienden Oostvlietpolder altijd bereid het een en ander in een gesprek nader toe te lichten.

-back-

Verzachtende maatregelen
In de milieueffectrapportage (MER, oktober 1999) opgesteld ten behoeve van een baggerstortplaats in de Oostvlietpolder werd (terecht) als één van de zogenaamde 'verzachtende' maatregelen voorgesteld om de aanleg van deze stortlocatie buiten het broedseizoen van de weidevogels te plannen.

Wij verzoeken de gemeente bij alle werkzaamheden in de Oostvlietpolder diezelfde zorgvuldigheid als omschreven in het MER in acht te nemen en geen werkzaamheden uit te voeren gedurende het broedseizoen van de beschermde weidevogels (maart t/m juni). Bovendien zijn wij van mening dat de compensatiegebieden voor de natuur als eerste dienen te worden gerealiseerd alvorens met de uitvoering van de overige projecten in het plangebied kan worden aangevangen.

2. Reactie op het commentaar inspraakreacties (gemeente Leiden, december 2002)

Blz. 2
Onder III staat vermeld: "Vervolgens volgt de reactie van ons College en wordt aangegeven op welke punten de aanvraag eventueel zal worden aangepast".

In het commentaar is er geen enkele aanpassing terug te vinden. Aangezien bij dit commentaar geen aangepaste plankaarten zijn gevoegd waarop eventuele aanpassingen zichtbaar worden, luidt onze conclusie dat de aanvraag niet is aangepast.

Blz. 2
"Bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is geen beroep aangetekend tegen de bestemming volkstuinen (Rv)".
Blz. 3
"Omdat de aanleg van het volkstuincomplex in het kader van het bestemmingsplan Oostvlietpolder nooit bestreden is, is het ons inziens onredelijk om te wachten met de aanleg van het nieuwe complex totdat het nieuwe bestemmingsplan voor de Oostvlietpolder rechtskracht heeft verkregen".
Blz. 5
"Uit dit overleg is gebleken dat gezien de noodzaak en urgentie alsmede gezien het feit dat in het kader van het bestemmingsplan Oostvlietpolder geen beroep- en bezwaarschriften tegen de bestemming volkstuinen (Rv) zijn ingediend een artikel 19, lid 1, WRO-procedure gevolgd kan worden".

De Vereniging Vrienden Oostvlietpolder deelt deze conclusies op geen enkel punt omdat de feiten dit overduidelijk weerspreken.

1. In het ingediende beroepschrift bij de Raad van State van Baggerdepot Zuid-Holland B.V. (BZH) van 12 mei 2000 vermeldt op bladzijde 20 onder punt 41 (slotconclusie): "BZH verzoekt uw Afdeling dan ook het bestreden besluit te vernietigen, althans in ieder geval voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan de bestemmingen Agrarische doeleinden onbebouwd (Ao), Volkstuinen (Rv), Bedrijventerrein (B) en Ecologische zone (EC) (...)" (zie bijlage 3).

2. Voorts is in het rapport van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak van 26 april 2001 op bladzijde 26 onder het kopje 'de geschillen' de volgende passage opgenomen: "De bezwaren zijn concreet gericht tegen de plandelen met de bestemmingen 'Agrarische doeleinden onbebouwd', 'Volkstuinen', 'Bedrijventerrein' en 'Ecologische groenzone', (...)" (zie bijlage 4).

3. In haar verweerschrift (25 april 2002) naar aanleiding van ons ingediende bezwaarschrift inzake het voorbereidingsbesluit Oostvlietpolder (23 januari 2002) stelt de gemeente onder ad 6.:
"Het Comité heeft gelijk dat door Baggerspeciedepot Zuid-Holland B.V. (BZH) bij de beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan bezwaar is gemaakt tegen de geringe oppervlakte grond welke gereserveerd werd voor een baggerspeciedepot. Aangezien BZH van mening was dat de gereserveerde oppervlakte te klein was voor een volwaardig depot heeft hij bezwaar gemaakt tegen de bestemming van enkele omliggende percelen, waaronder ook enkele percelen met de bestemming 'volkstuinen'".

Uit bovengenoemde stukken blijkt ons inziens onomstotelijk dat er wel beroep- en bezwaarschriften tegen de bestemming volkstuinen (Rv) zijn ingediend. De Vereniging Vrienden Oostvlietpolder maakt derhalve bezwaar tegen de gevolgde artikel 19, lid 1, WRO-procedure omdat:
- deze procedure geen recht doet aan de Raad van State uitspraak van 29 augustus 2001;
- de gegrond verklaarde bezwaren van appellanten zo met 'voeten worden getreden';
- dergelijke procedures kunnen leiden tot verstoring van de samenhang tussen bestemmingen en zelfs tot conflicterende bestemmingen binnen het plangebied;
- inspraakreacties nu en in de verdere procedure op het (voorontwerp) bestemmingsplan Oostvlietpolder (8 januari 2003) door de artikel 19 procedure nimmer tot (ingrijpende) wijzigingen kunnen leiden omdat een groot deel van de inrichting van de polder (de volkstuinen) door deze kortere procedure dan al is vastgesteld. Op deze wijze verstoort de gemeente de tegelijkertijd lopende (inspraak)procedure op het bestemmingsplan Oostvlietpolder en neemt zij insprekers ons inziens niet serieus.

Blz. 5
"Vooral recreanten en passanten, zoals de volkstuinders, zullen gebruik maken van deze verbinding. Namens hun leden hebben de voorzitters van de volkstuinverenigingen ingestemd met het pad; zij zien het als een waardevolle aanvulling op het gehele complex. Mocht er veel hinder en overlast ontstaan van in het bijzonder de brommers, dan zal worden opgetreden. Tussen het complex en het pad ligt een sloot van 3,5m op waterniveau. Mocht men het volkstuincomplex willen betreden, dan betekent dat een nat pak halen".

De Vereniging betwijfelt of veel volkstuinders gebruik zullen maken van deze verbinding. U stelt immers zelf in de daarop volgende regels dat tussen het bromfietspad en het volkstuincomplex een sloot ligt en dat als men via deze route het volkstuincomplex wil betreden, dit een nat pak oplevert. Nee, dit bromfietspad is vooral bedoeld als doorgaande route ter ontsluiting van het bedrijventerrein. De volkstuinders zullen met name gebruik maken van de paden op de complexen zelf om zo hun tuintje te bereiken.

De door de gemeente Leiden veronderstelde recreatieve functie van het bromfietspad door de volkstuincomplexen is onzin omdat het, via de volkstuinen en het industrieterrein, loopt naar de Hofvlietweg bij de A4 (niet écht een recreatieve route). Een functie als bromfietsroute naar de Grote polder aan de overzijde van de Rijksweg A4 vindt de Vereniging op deze locatie, zo dwars door de Oostvlietpolder, ongewenst. Een dergelijk bromfietspad schaadt onnodig de rust en het leefgebied van de beschermde weidevogels en herpetologische soorten en doet afbreuk aan de bestemming 'volkstuinen'. En gelet op de grote hoeveelheden en soorten recreatief verkeer (waaronder jeugd op bromscooters) wat nu gebruik maakt van de Vlietweg, staat voor ons nu al vast dat het voor de volkstuinders met de rust gedaan is en de huidige natuurlijke leefomgeving geweld wordt aangedaan.

Bovendien wordt in dit commentaar slechts aangegeven dat er eventueel 'zal worden opgetreden'; een voor de hand liggend antwoord. Graag vernemen wij hoe dit optreden in de praktijk zal worden vorm gegeven, uitgevoerd en in welke gevallen dan 'zal worden opgetreden'. Met andere woorden: hoeveel agenten zullen er worden ingezet om een en ander te constateren en te handhaven? De Vereniging Vrienden Oostvlietpolder is van mening dat deze toezeggingen op papier mooi klinken maar hier uiteindelijk in de praktijk weinig tot niets van zal terechtkomen.

Tot slot: Zoals aangegeven in ons bezwaarschrift moet met name in de wintermaanden worden gevreesd voor een toename van het aantal inbraken c.q. vernielingen. Wij willen erop wijzen dat er van 'een nat pak halen' in de winter vaak geen sprake is omdat dan de sloten bevroren zijn. In het verleden is het ook regelmatig voorgekomen dat zelfs schapen via het ijs zich toegang verschaften tot de volkstuinen. En wat schapen kunnen..... Wij handhaven derhalve ons bezwaar dat extra ontsluitingswegen zoals een doorgaand bromfietspad door het volkstuincomplex het aantal inbraken en vernielingen met name in de wintermaanden negatief zal beïnvloeden.

Blz. 5
"In opdracht van het door de gemeente ingehuurde bureau RBOI heeft bureau Waardenburg nauwkeurig onderzoek verricht naar de natuurwaarden. Twee broedparen scholeksters (weidevogels) zijn in het gebied ontdekt. Door de aanleg van de volkstuinen zullen de vogels verhuizen. Overigens zij opgemerkt dat de scholekster een relatief algemene soort is die weinig kritisch is ten aanzien van de beheersintensiteit van het grasland. Zie voor nadere informatie de bij dit commentaar gevoegde bijlage "resultaten natuurwaardenonderzoek volkstuincomplex".

Allereerst willen wij opmerken dat deze resultaten niet bij dit commentaar zijn gevoegd zodat wij op dit moment niet in staat zijn hierop te kunnen reageren.

Ten tweede reageert de gemeente in dit commentaar totaal niet op de door ons ingebrachte bezwaren inzake de herpetologische soorten en de schade die het geprojecteerde bromfietspad volgens deskundigen aan deze amfibieën berokkent. De Vereniging handhaaft derhalve haar bezwaren op dit punt zoals verwoord in ons bezwaarschrift van 23 juni 2002 en in deze inspraakreactie/bezwaarschrift onder 'aanleg bromfietspad(en)' op bladzijde 2 (zie ook bijlage 7 en 8).

Blz. 6
"Het pad doet geen afbreuk aan recreatiewaarden, maar wordt juist - ook door de volkstuinders - gezien als een aanvulling".

Op bladzijde 5 werd aangegeven dat de voorzitters van de volkstuinverenigingen namens hun leden hebben ingestemd met het bromfietspad. Op bladzijde 6 zijn er blijkbaar ook volkstuinleden door de gemeente geraadpleegd. De Vereniging zou graag van de gemeente de namen en adressen van deze volkstuinders vernemen zodat wij in staat zijn een en ander te kunnen bevestigen. En wel hierom: de signalen van volkstuinleden die ons over het bromfietspad bereikt hebben, zijn namelijk in het geheel niet positief!

Blz. 8
"Van onze kant benadrukken wij nog eens dat het volkstuinencomplex de volledige instemming kent van de aldaar te vestigen volkstuinverenigingen alsmede van het overkoepelende orgaan Leidse Bond van Amateurtuinders".

Natuurlijk is dit het geval. De volkstuinverenigingen worden na een gedoogstatus van ruim 40 jaar nu eindelijk positief bestemd in de Oostvlietpolder en dat is op zich voor deze verenigingen al een felicitatie waard! Dit laat echter onverlet dat het volkstuinencomplex en de voorgestane inrichting deel uit maakt van de totale Oostvlietpolder en de aldaar aanwezige natuur(waarden). Het kan ons inziens toch niet de bedoeling zijn om conflicterende bestemmingen en/of inrichtingen in het plangebied Oostvlietpolder te gaan realiseren. En zoals de plannen nu liggen, is dit wel het geval.

Blz. 8
"Tevens bestaat er door de urgentie van uitbreiding van begraafplaats Rhijnhof grote noodzaak voor een zo spoedig mogelijke verplaatsing van volkstuinvereniging Veldheim naar de Oostvlietpolder".

De noodzaak van een dergelijke snelle art. 19 procedure is inmiddels achterhaald: begraafplaats Rhijnhof heeft namelijk overeenstemming weten te bereiken met volkstuinvereniging Veldheim dat er alvast op een gedeelte van het volkstuinencomplex kan worden uitgebreid.

3. De procedure / de ter-inzage gelegde stukken

1. De Vereniging maakt bezwaar tegen het feit dat er twee procedures (namelijk die van het bestemmingsplan Oostvlietpolder en het verplaatsingsplan volkstuinen art. 19 WRO) nu tegelijkertijd zijn opgestart. Op deze wijze neemt de gemeente de inspraak en insprekers op het voorontwerp bestemmingsplan ons inziens niet serieus. Reacties nu en in de verdere procedure op het bestemmingsplan kunnen namelijk nimmer tot (ingrijpende) wijzigingen leiden omdat een groot deel van de inrichting van de polder (de volkstuinen) door de kortere art. 19 procedure dan al is vastgesteld. Ook berokkent een dergelijke werkwijze schade aan de totale samenhang van het voorontwerp bestemmingsplan (8 januari 2003).

2. Zoals uit het verplaatsingsplan volkstuinen (najaar 2001) en de ruimtelijke onderbouwing (mei 2002) duidelijk blijkt, behelsen de gemeentelijke plannen met de Oostvlietpolder meer dan alleen het verplaatsen van volkstuinen zoals omschreven in het door de gemeenteraad op 18 december 2001 vastgestelde voorbereidingsbesluit Oostvlietpolder. Uit dit verplaatsingsplan viel destijds overduidelijk af te leiden dat het volkstuinencomplex op een dusdanige wijze zou worden ingericht dat ook het aanleggen van een bedrijventerrein en ecologische zone in de polder mogelijk moest worden (zie bijlage 6). Een inrichting die enkele maanden daarvoor (29 augustus 2001) door de Raad van State onder andere vanwege diverse conflicterende en onrechtmatige bestemmingen werd afgewezen. Het is daarom dat de Vereniging Vrienden Oostvlietpolder hier opnieuw bezwaar maakt tegen de gevolgde procedure.

3. Op 24 februari 2003 zijn in het kader van het uitbreiden/herindelen van het volkstuinencomplex (19/1 WRO) de volgende stukken vier weken ter-inzage gelegd:
a. Commentaar inspraakreacties (gemeente Leiden, december 2002)
b. Inspraakreactie Leidse Bond van Amateur-tuinders (typen tuinhuisjes)
c. Aanvraag bouwvergunning / melding bouwvoornemen (28 augustus 2001)
d. Inrichtingskaart (Bouw- en Woningtoezicht, 28 augustus 2001, zie bijlage 2)

Uit het nieuwe voorontwerp bestemmingsplan Oostvlietpolder van 8 januari 2003 blijkt echter dat de stukken genoemd onder c en d zijn gebaseerd op het door de Raad van State vernietigde bestemmingsplan van april 1999 en niet op het nieuwe voorontwerp bestemmingsplan. In dit voorontwerp bestemmingsplan is de bestemming 'ecologische zone' aan de Vlietweg inmiddels veranderd in een 'groene zone' en is er ter hoogte van de Dwarswetering een nieuwe 'ecologische zone' gepland. Daarnaast is op de ter inzage gelegde inrichtingskaart het omliggende bedrijventerrein ingetekend zoals in het bestemmingsplan Oostvlietpolder van april 1999. De stukken c en d zijn bovendien gedateerd op 28 augustus 2001. Eén dag later heeft de Raad van State het bestemmingsplan Oostvlietpolder (april 1999) vernietigd. Er kan dus in deze stukken onmogelijk rekening zijn gehouden met deze gerechtelijke uitspraak (200000246/1). De ruimtelijke onderbouwing van het verplaatsingsplan volkstuinen is daarmee onjuist. Het zal u dan ook niet verwonderen dat de Vereniging Vrienden Oostvlietpolder ook om deze reden bezwaar maakt tegen het verplaatsingsplan en de gevolgde procedure.

4. Voorbereidingsbesluit Oostvlietpolder

Toen het bestemmingsplan Oostvlietpolder (april 1999) door de Raad van State werd vernietigd (29 augustus 2001) werd daarmee het oude bestemmingsplan Leiden Oostvlietpolder (1961) opnieuw van kracht. Daarin geldt de bestemming agrarische doeleinden (categorie C). De aanleg van volkstuinen is hiermee in strijd. Aangezien dit bestemmingsplan ouder is dan 10 jaar, is voor het voeren van een artikel 19, lid 1, WRO procedure een voorbereidingsbesluit vereist.

Aan het verplaatsingsplan volkstuinen Oostvlietpolder, artikel 19, lid 1, WRO ligt dus het voorbereidingsbesluit Oostvlietpolder (zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 18 december 2001) ten grondslag. Inzake het voorbereidingsbesluit is door ons op 23 januari 2002 (destijds als Comité Vrienden Oostvlietpolder) een bezwaarschrift ingediend. Wij verzoeken u dit gehele bezwaarschrift hier als herhaald en ingelast te beschouwen. Voor de volledigheid is dit bezwaarschrift inclusief bijlagen (met eigen nummering) bijgevoegd.

Samenvatting bezwaarschrift voorbereidingsbesluit
Ons belangrijkste bezwaar inzake het door de gemeenteraad van Leiden op 18 december 2001 vastgestelde voorbereidingsbesluit Oostvlietpolder is, dat dit besluit destijds onrechtmatig is genomen.

Uit de jurisprudentie van de Raad van State, Afdeling Bestuursrechtspraak (AB 1987, 144, bijlage 1) blijkt, dat een voorbereidingsbesluit onrechtmatig moet worden geacht, als geoordeeld moet worden, dat het de gemeenteraad reeds bij een globale beschouwing aanstonds duidelijk had behoren te zijn, dat de toekomstige ruimtelijke plannen voor het plangebied vanuit planologisch opzicht onaanvaardbaar zijn (zie bijlage 5 en 6).

In de motivering van uw besluit noemt u als reden voor het nemen van het voorbereidingsbesluit met een werking van twee jaar voornamelijk de verplaatsing van de volkstuinen voor de uitbreiding van de begraafplaats Rhijnhof. Uit commissie- en gemeenteraadsvergaderingen, uw correspondentie met GS, het Ministerie van VROM en de plattegronden van het verplaatsingsplan volkstuinen blijkt echter duidelijk, dat u de planologische plannen zoals in het door de Raad van State (29 augustus 2001) vernietigde bestemmingsplan Oostvlietpolder van april 1999 toch door wilt laten gaan.
Wij zijn dan ook van mening, dat het voorbereidingsbesluit destijds niet alleen voor de in het besluit aangegeven (volkstuin)reden is genomen, maar ook vanwege de gemeentelijke plannen voor het aanleggen van een bedrijventerrein en een ecologische zone. Waarom zou u anders voor een werkingsduur van twee jaar van het voorbereidingsbesluit gekozen hebben?

Uit het rapport van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) van 26 april 2001 blijkt duidelijk, dat uw ruimtelijke plannen in strijd zijn met hogere plannen. Gezien dit rapport moeten uw plannen zowel bij een globale beschouwing als in planologisch opzicht als onaanvaardbaar worden geacht.
Gelet op de voornoemde uitspraak van de Raad van State van 29 augustus 2001 waarin het door de gemeenteraad in april 1999 vastgestelde bestemmingsplan Oostvlietpolder is vernietigd, het StAB-rapport in deze zaak van 26 april 2001 en de in het voorbereidingsbesluit uiterst vaag omschreven plannen voor een nieuw bestemmingsplan, maakt de Vereniging verder nog op de onderstaande punten bezwaar tegen het voorbereidingsbesluit Oostvlietpolder:

N.a.v. de derde alinea
Hier wordt gesproken over een toekomstig bedrijventerrein en voorts zou de aanleg van het volkstuinencomplex in de procedure bij de Raad van State nooit zijn bestreden. Niets is minder waar. Feit is dat het volledige bestemmingsplan waaronder het bedrijventerrein, reservering baggerstortplaats en dus ook de bestemming volkstuinen is vernietigd. De gemeente zelf geeft in de volgende alinea ook aan dat het bestemmingsplan uit 1961 momenteel van kracht is dat de Oostvlietpolder de bestemming agrarisch onbebouwd geeft. Volkstuinen worden in dit oude bestemmingsplan gedoogd.

De Raad van State heeft het gehele plan, dus ook de volkstuinen (hoe spijtig ook) niet goedgekeurd. Bovendien, de BZH (Baggerdepot Zuid-Holland B.V.), die notabene destijds op verzoek van de gemeente Leiden(!) ook een variant van de baggerstortplaats dwars over de volkstuinen moest ontwikkelen, is in het gelijk gesteld. De BZH zet nog steeds in op deze variant en bestreed/bestrijdt hiermee dus wel degelijk de ontwikkeling van volkstuinen op die locatie!

De gemeente Leiden heeft inmiddels ook erkend dat de bestemming 'volkstuinen' destijds wel degelijk werd bestreden. In haar verweerschrift (25 april 2002) naar aanleiding van ons ingediende bezwaarschrift inzake het voorbereidingsbesluit Oostvlietpolder (23 januari 2002) stelt de gemeente onder ad 6.:
"Het Comité heeft gelijk dat door Baggerspeciedepot Zuid-Holland B.V. (BZH) bij de beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan bezwaar is gemaakt tegen de geringe oppervlakte grond welke gereserveerd werd voor een baggerspeciedepot. Aangezien BZH van mening was dat de gereserveerde oppervlakte te klein was voor een volwaardig depot heeft hij bezwaar gemaakt tegen de bestemming van enkele omliggende percelen, waaronder ook enkele percelen met de bestemming 'volkstuinen'".

5. Tot slot

De Vereniging Vrienden Oostvlietpolder verzoekt de gemeente dringend deze inspraakreactie en ons ingebrachte alternatief (opnieuw) in overweging te willen nemen. Waar het uiteindelijk om gaat, is een zo goed mogelijk ingerichte Oostvlietpolder (voor zowel de mens als de natuur) waarbij de verschillende geplande bestemmingen in het gebied zoveel mogelijk tot hun recht zullen komen.

 

Namens de Vereniging Vrienden Oostvlietpolder,

hoogachtend,

F. Overdijk, voorzitter
H. Pieters, secretaris

 

Bijlagen

Home