Uit het Leidsch Dagblad van 7 juni 2001:

Belangen groot in Oostvlietpolder

De Raad van State behandelt 8 juni 2001 de lange lijst van bezwaren tegen de plannen in de Leidse Oostvlietpolder. Voor de gemeente, de provincie en Baggerdepot Zuid-Holland (BZH) staat er veel op het spel.

De belangen zijn groot. Leiden staat te springen om bedrijvengrond. Het tekort in de regio is momenteel zo nijpend, dat de gemeente de veertig hectares in de Oostvlietpolder die daarvoor zijn bedoeld, wel drie keer kan uitgeven, is weleens gezegd. Pas als de Raad van State het bestemmingsplan goedkeurt, kan de gemeente ongestoord aan de slag.
Dat geldt overigens niet voor de hele polder. Minister Pronk van ruimtelijke ordening heeft het bestemmingsplan op enkele onderdelen veranderd. Leiden wil een landgoederenzone aanleggen, met 'hoogwaardige bedrijven in het groen'. De minister was het daar niet mee eens. Hij onthield goedkeuring aan dat deel van het bestemmingsplan. Het is onder andere dat besluit van Pronk dat vrijdag aan de orde komt en de gemeente is een van de vijftien die bezwaar hebben aangetekend.

Ook het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft bezwaren. Het schap heeft dringend bergingscapaciteit nodig. Het rekende erop dat in de polder een slibstort zou komen, maar Leiden en Zuid-Holland besloten uiteindelijk anders. Wel blijft een gedeelte van het gebied onbebouwd. Indien nodig, komt daar een baggerdepot. De vrijgehouden ruimte is echter ongeschikt, stellen beoogd exploitant BZH en het hoogheemraadschap.
Dijkgraaf Van Tuyll van Serooskerken heeft al aangekondigd dat hij de gemeente sowieso een schadeclaim stuurt. Het hoogheemraadschap is, net als overigens de provincie Zuid-Holland, aandeelhouder van BZH. In ruil voor het uitblijven van een depot mag het hoogheemraadschap weliswaar bagger storten in De Slufter in het Rijnmond-gebied, maar dat kost Rijnland de eerste twee jaar zeven tot tien miljoen gulden extra. De rekening gaat naar de gemeente. Leiden is schuldig, dus moet Leiden betalen, redeneert het hoogheemraadschap. Van Tuyll van Serooskerken heeft ook de provincie gedreigd met een schadeclaim.

Uit een ambtelijk memo aan Gedeputeerde Staten is al gebleken dat Zuid-Holland het risico loopt BZH een forse schadevergoeding te moeten betalen. De gemeente en de provincie hebben steken laten vallen, maakt de ambtenaar duidelijk. Niet alleen is het bestemmingsplan in strijd met het streekplan, ook hebben Leiden en Zuid-Holland verzuimd een lijst met type bedrijven op te nemen in de voorschriften. Bovendien heeft de gemeente geen verkeerskundig onderzoek gedaan. Op elk van deze gronden mag de Raad van State het bestemmingsplan vernietigen, aldus het memo. Bovendien bestaan er afspraken tussen het provinciebestuur en het baggerbedrijf over de Oostvlietpolder. De schade die het Hoogheemraadschap van Rijnland en BZH lijden, komt in aanmerking voor een vergoeding.
BZH stelt verder dat het nu onmogelijk is om een slibdepot aan te leggen. In het bestemmingsplan is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Zonder zo'n bevoegdheid kan de bestemming niet veranderen. Bovendien is het gebied iets te klein.

Het Comité Vrienden Oostvlietpolder heeft weer heel andere bezwaren. Het vindt dat de gemeente het groen in de polder 'verkwanselt'. De plannen zijn in strijd met natuurwetten. In de provincie Limburg was dat vorig jaar genoeg om soortgelijke plannen van tafel te krijgen. De aanwezigheid van de zeldzame korenwolf voorkwam dat er in het gebied een bedrijvenpark werd ingericht. Verder zijn de aanleg van een moerasbos langs de Vliet en enkele groenstroken volgens de 'Vrienden' niet voldoende om verloren natuur te compenseren. Het comité beroept zich daarbij op de Milieu Effect Rapportage (MER) over de polder.

VOLGENDE PAGINA