|
Uit het Leidsch Dagblad van 31 augustus 2001: Vertraging bij aanleg OostvlietpolderRaad van State vernietigt plan |
|
LEIDEN - De aanleg van een groot bedrijventerrein in de Leidse Oostvlietpolder loopt jaren vertraging op. De Raad van State heeft gisteren (29 augustus 2001) het bestemmingsplan voor de polder vernietigd. De beslissing is een zware tegenvaller voor de gemeente en het bedrijfsleven. De Raad van State heeft grote problemen met de verschillende gebruiksmogelijkheden voor de polder, maar haar uitspraak richt zich vooral op twee onderdelen: het bedrijventerrein en de ruimte die wordt opengelaten voor een eventueel baggerdepot. Het bedrijventerrein past niet in het rijksbeleid, concludeert het rechtscollege, en dus had het ministerie van Vrom nooit mogen toestaan dat veertig hectare van de polder voor dat doel zou worden opgeofferd. Bovendien mist de Raad van State een duidelijke reservering van het terrein voor het baggerdepot. De uitspraak heeft de gemeente Leiden volkomen verrast. Leiden had niet verwacht dat de Raad van State zou oordelen dat het bedrijventerrein in strijd is met rijksbeleid. Dat oordeel berust op een vergissing, zeiden de wethouders Hillebrand (ruimtelijke ordening) en Schultz (economische zaken) gisteren op een persconferentie. De Oostvlietpolder valt in een zogeheten rijksbufferzone, wat bebouwing vrijwel onmogelijk maakt. Alleen is voor het bedrijventerrein een uitzondering gemaakt. In een later besluit van het rijk is een passage over die uitzonderingspositie 'weggevallen', zei Hillebrand. Bij de Raad van State loopt nog het beroep van de gemeente tegen die vergissing. Schultz en Hillebrand hadden er op gerekend dat het rechtscollege zou wachten met een uitspraak over de Oostvlietpolder totdat die procedure zou zijn afgehandeld. Hillebrand: "We hebben in de Leidse regio een schreeuwend gebrek aan ruimte om te wonen en te werken. Voor hele kleine stukjes bebouwing moeten we jarenlang vechten. Dan is het heel zuur dat, als er iets mis gaat, iets in zijn geheel wordt vernietigd en je weer op nul staat." Leiden raakt in grote problemen nu de Raad van State het bestemmingsplan voor de Oostvlietpolder heeft vernietigd. Bedrijven moeten jaren wachten tot ze kunnen verhuizen naar de polder en daar kunnen uitbreiden. De gemeente loopt honderdduizenden guldens aan OZB-opbrengsten mis, wat gevolgen heeft voor de begroting. Zelfs de uitbreiding van begraafplaats Rhijnhof moet wachten, omdat daarvoor volkstuinen moeten worden verplaatst naar de Oostvlietpolder. Ook de rijkssubsidie van zes miljoen gulden voor de aanleg van het bedrijventerrein loopt nu gevaar, omdat de gemeente twee tot vier jaar niet mag bouwen in de polder. Of dat daadwerkelijk zo is, is iets dat wethouder Schultz (economische zaken) nog moet uitzoeken. In elk geval moet zij 'een flink aantal bedrijven teleurstellen'. In de Leidse regio bestaat een groot tekort aan bedrijventerreinen. "Ik voel me machteloos", zei Schultz. De wethouder gebruikt het woord machteloos omdat zij en collega Hillebrand (ruimtelijke ordening) delen van de uitspraak niet snappen. De Raad van State lijkt zichzelf tegen te spreken. Terwijl de aanleg van het bedrijventerrein in strijd is met rijksbeleid - de Oostvlietpolder is een zogeheten rijksbufferzone waardoor er niet mag worden gebouwd - laat het rechtscollege na datzelfde oordeel te vellen over het baggerdepot. Dat geldt ook voor de woningen die aannemer Niersman wil bouwen tussen de Europaweg en de Vrouwenweg. De gemeente staat dat niet toe, maar maakt volgens de Raad van State onvoldoende duidelijk waarom niet. "We voelen ons gemangeld", zei Hillebrand. "We kunnen nu weer van vooraf aan beginnen, maar dan dreigt dus hetzelfde scenario." Op grond van het bufferzonebeleid kan de Raad van State dan opnieuw het bestemmingsplan vernietigen. De uitspraak van de Raad van State blokkeert tevens de herinrichting van volkstuincomplexen. Om ruimte te maken voor het bedrijventerrein en een ecologische zone moeten honderden tuinen worden verplaatst. Bovendien moet aan de andere kant van de stad Rhijnhof uitbreiden, op het complex van Veldheim. Die volkstuinen krijgen ook een plek in de Oostvlietpolder. Uiteindelijk schiet niemand op met de beslissing
van de Raad van State. Baggerdepot Zuid-Holland (BZH) bijvoorbeeld
krijgt weliswaar gelijk met zijn bezwaar, maar heeft nu nog steeds
geen slibdepot. Het rechtscollege vindt dat de gemeente een duidelijke
reservering had moeten opnemen voor de stortlocatie. De bestemming
'agrarisch onbebouwd', waardoor in de ogen van Leiden het gebied
open blijft, geldt niet als een reservering. Een dure vergissing, vinden Hillebrand en Schultz, maar de gemeente overweegt niet om een schadeclaim in te dienen. Hillebrand: "Ik houd er niet van om bij de eerste de beste tegenvaller de schuld en schade meteen bij een andere instantie neer te leggen. We gaan op zo kort mogelijke termijn om de tafel om de gezamenlijke wens voor het bedrijventerrein zo goed mogelijk te realiseren." ***** Zorgen over de Leidse economie (bericht teletekst TV-West) De Leidse Vereniging voor Industrie maakt zich zorgen over de toekomst van de Leidse Economie. De Raad van State wees vorige week (29 augustus 2001) het bestemmingsplan voor de Oostvlietpolder af. Het bestemmingsplan voor het terrein komt niet overeen met de landelijke richtlijnen voor het gebied, door een juridische fout van het ministerie van Vrom. Hierdoor loopt de ontwikkeling van een bedrijventerrein in de polder jaren vertraging op. Als gevolg van deze vertraging dreigen veel bedrijven de Leidse regio te verlaten. |