Beroepschrift bestemmingsplan

Vlietland Noordoost

 

Leiden, 17 mei 2006.

 

Aan:
Raad van State, Afdeling Bestuursrechtspraak
Postbus 20019, 2500 EA Den Haag

Betreft:
beroepschrift bestemmingsplan Vlietland Noordoost 2005,
gemeente Leidschendam-Voorburg

 

Geacht college,

De Vereniging Vrienden Oostvlietpolder wil hierbij haar Beroepschrift indienen inzake het goedkeuringsbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland met betrekking tot het bestemmingsplan Vlietland Noordoost 2005.


Aanleiding

Het bestemmingsplan Vlietland Noordoost vermeldt op bladzijde 3, paragraaf 1.1., aanleiding:
(...) "Daarbij kost het beheer en onderhoud van de provinciale recreatiegebieden veel geld. Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten willen deze kosten terugdringen".

De Vereniging Vrienden Oostvlietpolder maakt ernstig bezwaar tegen de reden die hier wordt aangevoerd voor het bouwen van meer dan 200 (recreatie)woningen en andere voorzieningen in een belangrijk recreatie- en natuurgebied. Blijkbaar beschouwen de gemeente Leidschendam-Voorburg en de Provincie Zuid-Holland het in stand houden van recreatie- en natuurgebieden als een zuiver bedrijfsmatige activiteit, waarbij alleen de bedrijfseconomische kosten en baten worden geteld.

De bijdrage aan het natuurlijk leefmilieu en het welzijn van de mens worden blijkbaar niet als (immateriële) baten van het in stand houden van een recreatie- en natuurgebied als Vlietland gezien. Als dit het beleid van de overheid zou zijn, hoeveel huizen moeten er dan wel niet in de Waddenzee, de Biesbosch of het Nationaal Park de Hoge Veluwe gebouwd worden om de kosten van het in stand houden van die gebieden te dekken?

Volgens het bestemmingsplan zou er een nadrukkelijke behoefte bestaan aan een verbreding van het aanbod van dagrecreatieve voorzieningen. Nergens is aangegeven door welke onderzoeken de nadrukkelijke behoefte is vastgesteld, waarop deze aanname gebaseerd is. De Vereniging Vrienden van Vlietland heeft daarentegen overduidelijk aangetoond dat er een nadrukkelijke behoefte bestaat aan handhaving van het recreatiegebied Vlietland in de huidige vorm.


Verstedelijking in strijd met hogere regelgeving

In het bestemmingsplangebied Vlietland Noordoost worden onder meer 120 recreatieappartementen van maximaal 14 meter hoog, 102 vrijstaande recreatiewoningen van maximaal 8 meter hoog, een bedrijfswoning, 5 horecagelegenheden van maximaal 12 meter hoog met bijbehorende terrassen en een horecaschip, winkels, kantoren, magazijnen en dergelijke, indoor sportfaciliteiten, vergaderfaciliteiten van maximaal 11 meter hoog, golffaciliteiten die volgens de plannen uit moeten groeien naar een volwaardige golfbaan, een clubhuis bij het geplande golfterrein van maximaal 11 meter hoog, een avonturenterrein van 1,8 hectare met kampeermogelijkheden voor groepen, verschillende wegen en honderden parkeerplaatsen gerealiseerd.

De recreatieappartementen en recreatiewoningen zijn bedoeld voor permanente bewoning, weliswaar niet door één bewoner, maar door verhuur gedurende het gehele jaar aan verschillende bewoners. Hierdoor krijgt het gebied wellicht niet in juridische termen, maar wel in de praktijk een "permanente" woonbestemming. De indoor sportfaciliteiten en vergaderfaciliteiten, de winkels, magazijnen en kantoren zijn allemaal bedoeld om het hele jaar door te gebruiken. Zeker voor de vergaderfaciliteiten geldt, dat deze niets te maken hebben met welke vorm van recreatie dan ook en dus als een zelfstandige bestemming beschouwd moeten worden.

Door deze combinatie van recreatieappartementen, recreatiewoningen en bijbehorende voorzieningen die bedoeld zijn voor permanent gebruik, krijgt het gebied het karakter van een luxe woonwijk. Het verlies aan vrij toegankelijke en gratis dagrecreatieve voorzieningen wordt niet goedgemaakt door het beschikbaar stellen van beperkt toegankelijke en dure recreatieve voorzieningen als golf- en tennisbanen.

Door de hierboven beschreven bestemmingen is er duidelijk sprake van verstedelijking van het bestemmingsplangebied Vlietland Noordoost. Dit is in strijd met het rijksbeleid en met het streekplan Zuid-Holland West.

Volgens het rijksbeleid, zowel de Vierde Nota Extra (Vinex) als de Nota Ruimte, maakt het bestemmingsplangebied Vlietland Noordoost onderdeel uit van de rijksbufferzone Den Haag - Zoetermeer - Leiden wat betekent dat verstedelijkingsopgaven buiten deze zone opgelost dienen te worden. Het rijksbufferzonebeleid is bedoeld om het aaneengroeien van stedelijke gebieden in de Randstad te voorkomen.

Het streekplan Zuid-Holland West plaatst het bestemmingsplangebied Vlietland Noordoost buiten de rode contour. De bouw van meer dan 200 (recreatie)woningen en vergaderfaciliteiten en andere voorzieningen is buiten de rode contour niet toegestaan. Vergaderfaciliteiten zijn er genoeg te vinden in de regio. Een kleine steekproef op enkele van de vele internetsites voor het boeken van vergaderfaciliteiten levert tientallen mogelijke arrangementen op, ook in combinatie met sportfaciliteiten en de nabijheid van natuur- en recreatiegebieden. Nut en noodzaak van extra vergaderfaciliteiten op deze locatie zijn dus niet aanwezig.

In haar reactie op onze zienswijze verwijst de gemeente Leidschendam-Voorburg naar de motie Verbugt die maximaal 2% bebouwing toestaat binnen het deel van een recreatiegebied dat bestemd is voor intensieve recreatie. Volgens de gemeente Leidschendam-Voorburg blijft men binnen die norm. Volgens ons is dit niet juist.

Wij vragen ons af in hoeverre de motie Verbugt beschouwd mag worden als vigerend Rijksbeleid en of deze motie in de Nota Ruimte is opgenomen. Bovendien neemt de gemeente Leidschendam-Voorburg alleen de netto bebouwde oppervlakken mee in haar berekening en niet het geheel van de bouwwerken en bijbehorende voorzieningen als terrassen, aanlegplaatsen voor schepen en dergelijke.

De gemeente Leidschendam-Voorburg schrijft zelf in haar reactie op de ingebrachte zienswijzen dat het her in te richten deel van het recreatiegebied extensief gebruikt wordt. Hiermee wordt dus ook niet voldaan aan het criterium uit de motie Verbugt dat de bebouwing slechts toegestaan is binnen het deel van een recreatiegebied dat bestemd is voor intensieve recreatie.

De plannen van de gemeente Leidschendam-Voorburg zijn in strijd met de voorwaarden, waaronder de provincie Zuid-Holland in 1977 in het kader van het rijksbufferzonebeleid subsidie van het Rijk heeft ontvangen voor het aankopen van de gronden voor het recreatiegebied Vlietland. In de subsidievoorwaarden is uitdrukkelijk gesteld dat het gebied bestemd moet zijn voor dagrecreatie (en dus niet voor verblijfsrecreatie) en dat bebouwing geweerd moet worden. Deze voorwaarden onderschrijven volgens ons opnieuw duidelijk dat de plannen van de gemeente Leidschendam-Voorburg in strijd zijn met het rijksbufferzonebeleid.


Natuurwaarden

Het bestemmingsplangebied Vlietland Noordoost grenst aan de Oostvlietpolder. Volgens het bestemmingsplan Oostvlietpolder heeft het aangrenzende deel van de Oostvlietpolder deels een onbebouwde agrarische bestemming en deels een bestemming als weidevogelreservaat. De huidige bestemming van de Oostvlietpolder is grotendeels agrarisch, doorsneden door enkele volkstuincomplexen. Volgens onafhankelijke deskundigen kent de Oostvlietpolder een unieke combinatie van open grasland en begroeiing, waardoor deze polder een aantrekkelijk verblijf- en foerageergebied is voor verschillende zeldzame beschermde diersoorten en een waardevol weidevogelgebied. In de Oostvlietpolder komen onder andere Rode Lijst soorten als de grutto, tureluur en zomertaling voor. De nabij gelegen polder Cronesteyn herbergt een grote reigerkolonie die het waterrijke Vlietland ongetwijfeld gebruikt als foerageergebied.

De gemeente Leiden heeft ten behoeve van het bestemmingsplan Oostvlietpolder een natuurwaarden onderzoek uitgevoerd, waaruit blijkt dat in de aangrenzende Oostvlietpolder 86 beschermde dier- en plantensoorten voorkomen, waaronder 35 soorten broedvogels.

Het feit dat het bestemmingsplangebied Vlietland Noordoost bestaat uit een grotendeels begroeid gebied met slechts gedurende een beperkt deel van het jaar extensieve (dag)recreatie levert ongetwijfeld een positieve bijdrage aan de instandhouding van de grote natuurwaarden van de aangrenzende Oostvlietpolder.

Het flora- en faunaonderzoek in opdracht van de gemeente Leidschendam-Voorburg is onvolledig en ondeskundig uitgevoerd. Door slechts in een beperkte periode een klein aantal waarnemingen te doen is het onderzoek per definitie onvolledig, omdat voor verschillende diersoorten (zoals vleermuizen) volgens onafhankelijke deskundigen op verschillende momenten gedurende een langere periode waarnemingen moeten worden gedaan. Daarmee is volgens ons ook duidelijk aangetoond dat het onderzoek ondeskundig is uitgevoerd, omdat deskundigen behoren te weten dat dit onderzoek onder meer gedurende een veel langere periode had moeten worden uitgevoerd.

Juist ook over de vleermuizen merkt het ministerie van LNV in haar verweerschrift inzake de ontheffing Flora- en Faunawet voor het bedrijventerrein in de Oostvlietpolder op, dat de daar aangetroffen foeragerende vleermuizen in aangrenzende gebieden nestelen.

Door in het onderzoek soorten uit te sluiten die landelijk en regionaal (zeer) algemeen zijn, zoals de gemeente Leidschendam-Voorburg in haar reactie op onze zienswijze stelt, wordt de regelgeving niet juist toegepast. Het gaat om de goede instandhouding van soorten die in zijn algemeenheid in hun voortbestaan bedreigd worden, ongeacht of deze soorten (nu nog) landelijk en regionaal (zeer) algemeen voorkomen.

Onduidelijk is hoe de gemeente Leidschendam-Voorburg de natuurwaarden die door de gewijzigde bestemmingen verloren gaan, binnen het bestemmingsplangebied Vlietland Noordoost denkt te compenseren. Daarnaast is het de vraag of de gemeente Leidschendam-Voorburg de benodigde ontheffing op grond van de flora- en faunawet zal verkrijgen.

Dat er, zoals Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland stellen, geen compensatie nodig is omdat er geen natuurwaarden verloren gaan, lijkt ons niet juist. Door een nu nog groen gebied te bebouwen gaan per definitie natuurwaarden verloren.


Ecologische verbindingen

Door de bouw van meer dan 200 (recreatie)woningen en de aan te leggen recreatieve voorzieningen in het plangebied wordt de ecologische verbindingszone aan de oostkant van de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Leiden ernstig aangetast. Daardoor is het ontwerp-bestemmingsplan Vlietland Noordoost ook op dit punt in strijd met het Streekplan Zuid-Holland West waarin een 'groene verbinding' tussen Vlietland en Polderpark Cronesteyn is voorgeschreven.

In maart 1998 heeft Arcadis Heidemij in opdracht van de gemeente Leiden ten behoeve van het realiseren van deze door de provincie Zuid-Holland voorgeschreven ecologische verbindingszone het rapport 'Natuurdoelen Oostvlietpolder' opgesteld. Uit dit rapport blijkt onder meer dat een ecologische zone de vorm moet hebben van een doorlopende, zo breed mogelijke strook. Het ontwerp bestemmingsplan Vlietland Noordoost blokkeert met de voorgestane ontwikkelingen het functioneren van de ecologische verbindingszone, waartegen wij ernstig bezwaar maken. Volgens de gemeente Leidschendam-Voorburg zal de ecologische verbindingszone langs het golfterrein (de zogenaamde 'driving-range') komen te lopen. Deze zone is echter niet op de plankaart ingetekend. Bovendien zal deze zone ook niet kunnen functioneren, omdat deze gezien de nabijheid van de geplande bebouwing erg smal wordt en dwars door een druk gebruikt gebied komt te lopen.

De stelling van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, dat de voorliggende ontwikkeling geen belemmering vormt voor het functioneren van de ecologische zone, delen wij niet.


Cultuurhistorische en archeologische waarden

De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de archeologische waarden in het bestemmingsplangebied. In de aangrenzende Oostvlietpolder zijn tijdens heel beperkt onderzoek verschillende archeologische vondsten gedaan.

Op de bij het Streekplan Zuid-Holland West gevoegde plankaart is aangeduid dat de Vlietweg (die direct grenst aan het plangebied) wordt beschouwd als een 'bebouwingslint met cultuurhistorische waarde'. Bladzijde 111 van het streekplan vermeldt hierover de volgende omschrijving:
"Bebouwingslint veelal in het landelijk gebied waar beperkingen gelden ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen vanwege de cultuurhistorische waarde met name in relatie tot het omringende landschap".

In het bestemmingsplan Vlietland Noordoost is van deze 'ruimtelijke beperkingen' niets terug te vinden. Het omringende landschap wordt door de onder meer 120 recreatieappartementen van maximaal 14 meter hoog, 102 vrijstaande recreatiewoningen van maximaal 8 meter hoog, diverse bedrijfswoningen, meer dan 5 horecagelegenheden van maximaal 12 meter hoog, winkels, kantoren, magazijnen en dergelijke, sportfaciliteiten met bijbehorende bouwwerken, een golfterrein met een clubhuis van maximaal 11 meter hoog, verschillende wegen en meer dan 1000 parkeerplaatsen onherstelbaar aangetast.

De Vereniging Vrienden Oostvlietpolder meent dat voorgestane bestemmingen overduidelijk in strijd zijn met de in het streekplan opgenomen aanduiding "beperkingen ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen vanwege de cultuurhistorische waarde met name in relatie tot het omringende landschap" en maakt tegen deze bestemmingen dan ook ernstig bezwaar.

Het is niet juist te veronderstellen dat het cultuurhistorische lint ophoudt bij de grens van het bestemmingsplan Vlietland Noordoost. De ruimtelijke beperkingen die het bestaan van dit lint oplegt aan het omringende landschap gelden zeker ook voor een deel van dit bestemmingsplangebied.


Verkeersstructuur

Het bestemmingsplangebied wordt voor auto's alleen via de Hofvlietweg ontsloten. Bovendien worden in het bestemmingsplangebied nieuwe wegen gerealiseerd. Deze wegen lopen op korte afstand van de Oostvlietpolder met zijn bewezen hoge natuurwaarden, waaronder beschermde weidevogels. Door de bouw van permanent te bewonen (recreatie)woningen, vergaderfaciliteiten, een sporthal, golffaciliteiten en de daarbij behorende voorzieningen is er sprake van een toename van het autoverkeer in het gehele jaar, dus ook in het broedseizoen. De aangrenzende Oostvlietpolder herbergt onder meer broedplaatsen van zeldzame vogelsoorten als de grutto, tureluur en zomertaling (Rode Lijst). De toename van het autoverkeer leidt tot een verstoring van het broedgebied van deze beschermde vogelsoorten.

Volgens de gemeente Leidschendam-Voorburg is er slechts sprake van een beperkte toename van het autoverkeer met gemiddeld 700 mvt/etmaal op de wisseldagen van de appartementen en recratiewoningen en 300 mvt/etmaal op overige dagen. Aangezien de recreatiewoningen voorzien zijn van 2 parkeerplaatsen per woning en verwacht mag worden dat de gasten niet de hele dag in het recreatiegebied zelf zullen verblijven, is dit aantal veel te laag ingeschat. Daarnaast zorgen de vergader- en sportfaciliteiten voor extra autoverkeer en moet ook het extra autoverkeer van personeel en leveranciers meegeteld worden.

Bovendien is het gebruikelijk in dit soort berekeningen niet uit te gaan van jaargemiddelden, maar van 'worst case scenario's', zeker bij seizoensafhankelijke bestemmingen. Zowel het gemiddelde aantal mvt/etmaal als het maximale aantal mvt/etmaal op piekdagen ligt volgens ons veel hoger dan de getallen die de gemeente Leidschendam-Voorburg noemt. Dat deze aantallen in het niet vallen bij de aantallen op de nabijgelegen A4 doet niet ter zake, de A4 valt buiten het plangebied. Dat de capaciteit van de Hofvlietweg voldoende is om het extra verkeersaanbod te kunnen verwerken, is niet juist. Om de Hofvlietweg te kunnen bereiken moet men gebruik maken van de A4 of de Europaweg en beide wegen hebben te maken met ernstige fileproblemen.

Volgens Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland is er voor gekozen '(...) de Hofvlietweg opnieuw in te richten, mede gelet op de ontwikkeling van de Oostvlietpolder (...)'. In het bestemmingsplan Oostvlietpolder wordt niet over een herinrichting van de Hofvlietweg gerept in verband met mogelijke plannen in Vlietland. Bovendien is de enige ontwikkeling, waarvan in de Oostvlietpolder sprake is de aanleg van een graslandreservaat, dat moet zorgen voor een rustig broedgebied voor weidevogels.
Eén van de grootste knelpunten bij het plan van de gemeente Leiden om een bedrijventerrein aan te leggen in de Oostvlietpolder is de problematische verkeersafwikkeling via exact dezelfde wegen die Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hier noemen. Hierdoor zadelen Gedeputeerde Staten de gemeente Leiden op met extra verkeersproblemen bovenop de grote problemen die de gemeente Leiden nu al heeft op deze wegen. Dit getuigt niet van een goede ruimtelijke ordening.


Wegverkeerslawaai

De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft ten onrechte geen rekening gehouden met de komst van de N11 (RijnlandRoute) gedurende de looptijd van dit bestemmingsplan. De plannen van de provincie Zuid-Holland zijn al in een vergevorderd stadium en men gaat uit van in gebruikname in 2014. De provincie heeft twee nader uit te werken tracés geselecteerd die beide vooralsnog eindigen aan de Vliet ter hoogte van het bestemmingsplangebied. Omdat de N11 aan moet sluiten op de A4 kan het niet anders dan dat voor een tracé wordt gekozen dat ofwel dwars door, ofwel direct aangrenzend aan het bestemmingsplangebied loopt. De gemeente Leiden heeft in het bestemmingsplan Oostvlietpolder (20 januari 2004) ruimte gereserveerd voor een tracé door de Oostvlietpolder, dat direct ten noorden van het bestemmingsplangebied ligt.


Luchtkwaliteit

De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de huidige luchtkwaliteit in het bestemmingsplangebied Vlietland Noordoost, zeker in relatie tot de bouw van meer dan 200 (recreatie)woningen die bestemd zijn voor permanente bewoning. Bovendien is geen onderzoek gedaan naar de gevolgen van de bouw van deze (recreatie)woningen en de aan te leggen recreatieve voorzieningen, sport- en vergaderfaciliteiten voor de luchtkwaliteit in het bestemmingsplangebied. Er is sprake van een aanzienlijke toename van het autoverkeer van recreanten, personeel, bewoners en toeleveranciers. Dit heeft ongetwijfeld negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit die door de nabijheid van de rijksweg A4 toch al slecht is. Overigens willen wij hier ook verwijzen naar onze opmerkingen onder het kopje 'Verkeersstructuur'.

Bovendien is het bestemmingsplangebied onbereikbaar per openbaar vervoer, de dichtstbijzijnde bushalte ligt op meer dan 1 kilometer afstand en treinstations zijn veel verder verwijderd.
Hierdoor zal van een veel grotere toename van het autoverkeer sprake zijn, dan bij vergelijkbare recreatiegebieden. Ook bij het onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit is geen rekening gehouden met de komst van de N11 (RijnlandRoute) gedurende de looptijd van dit bestemmingsplan.

Volgens de gemeente Leidschendam-Voorburg is de beperkte overschrijding van de grenswaarden voor fijn stof die zij de komende jaren verwacht aanvaardbaar, omdat de overschrijding gering is, de verkeersaantrekkende werking van het plan gering is, er geen sprake is van langdurige blootstelling aan de luchtverontreiniging en de beoogde ontwikkeling de reductie van luchtverontreiniging door het Rijk niet in gevaar brengt. Wij bestrijden deze argumenten.

De overschrijding kan nu weliswaar gering zijn, het autoverkeer op de nabijgelegen A4 neemt alleen maar toe en Rijkswaterstaat is bezig met de verbreding van de A4 om tegemoet te komen aan de toename van het autoverkeer. Deze toename wordt door de plannen van de gemeente Leidschendam-Voorburg ter plaatse alleen maar versterkt. De recreatiewoningen, sport- en vergaderfaciliteiten dragen allemaal bij aan een toename van het autoverkeer en dus een verslechtering van de luchtkwaliteit ter plaatse. Doordat het recreatiegebied niet per openbaar vervoer te bereiken is, zullen bezoekers wel met de auto moeten komen. Het aanbod aan sportfaciliteiten (tennis en golf) trekt bovendien automobilisten die over het algemeen gebruik maken van grotere en vervuilende auto's. Dit in tegenstelling tot de huidige recreanten die veelal op de fiets naar dit deel van het recreatiegebied komen.

Het door de gemeente in een reactie op de ingediende zienswijzen genoemde inzetten van pendelbusjes is een standaardreactie van gemeenten die niets anders meer weten te verzinnen. Deze reactie nemen wij dus volstrekt niet serieus. Als je als gemeente echt zou kiezen voor openbaar vervoer leg je geen twee parkeerplaatsen aan bij iedere recreatiewoning.


Golfbaan

De geplande golffaciliteiten liggen op korte afstand van de aangrenzende Oostvlietpolder. Het is de bedoeling van de gemeente Leidschendam-Voorburg om de golffaciliteiten in de toekomst uit te breiden met een volwaardige golfbaan in de zuidhoek van de Leidse Oostvlietpolder. Volgens de gemeente Leidschendam-Voorburg is men daarover in gesprek met de gemeente Leiden. In het Leidsch Dagblad van 8 oktober 2005 ontkende de destijds verantwoordelijke wethouder Hillebrand dat er ooit met de gemeente Leidschendam-Voorburg over een golfbaan in de Oostvlietpolder was gesproken en bevestigde hij dat er geen plaats is voor een golfbaan in de Oostvlietpolder die ook in strijd is met het vigerende bestemmingsplan. In het collegeakkoord van het onlangs aangetreden college van Burgemeester en Wethouders van Leiden wordt het betreffende deel van de Oostvlietpolder aangewezen voor uitbreiding van het geplande graslandreservaat. De stelling van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, dat de gemeente Leiden in beginsel positief staat tegenover de aanleg van een golfbaan is dus volgens ons onjuist.

Daarnaast behoren zowel Vlietland Noordoost als de Oostvlietpolder nog steeds tot de rijksbufferzone Den Haag - Zoetermeer - Leiden en ook daarom is het plan niet uitvoerbaar. Er bestaat immers geen enkele aantoonbare noodzaak om naast de 16 al bestaande golfbanen die binnen een straal van 20 kilometer te vinden zijn (zie ondermeer www.golf.nl) nog weer een golfbaan aan te leggen. Het is dus niet juist om te veronderstellen dat een dergelijke voorziening in de Leidse regio ontbreekt. Van de 16 golfbanen binnen een straal van 20 kilometer liggen er verschillende in de Leidse regio. Zonder golfbaan kunnen de overige golffaciliteiten, een 'driving range', enkele oefenholes en een clubgebouw, onmogelijk als zodanig functioneren. Hiermee vervalt een belangrijke economische pijler van het bestemmingsplan, want deze faciliteiten zijn uiteraard bedoeld om een kapitaalkrachtig type recreanten aan te trekken. Bovendien is het plan hierdoor niet uitvoerbaar.

Tenslotte verdient nog vermelding dat een golfbaan vanwege het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen in de nabijheid van de kwetsbare natuur van de Oostvlietpolder niet wenselijk is.


M.e.r.-beoordelingsplicht

De gemeente Leidschendam-Voorburg concludeert dat voor de bouw van meer dan 200 (recreatie)woningen, sport- en vergaderfaciliteiten en andere voorzieningen geen m.e.r.(beoordelings)plicht geldt. De Europese richtlijn stelt een milieu-effect-rapportage in veel meer gevallen verplicht dan het Besluit milieueffectrapportage 1994, dat vooral door de veel te hoge drempelwaarden in strijd is met de Europese richtlijn.

Gezien de effecten van deze bouwactiviteiten op het leefmilieu in een rijksbufferzone en de nabijheid van onder meer een belangrijk weidevogelgebied kan bij toetsing aan onder meer bijlage II, de punten 10 a en b van de Europese richtlijn alleen maar geconcludeerd worden dat de bouw van meer dan
200 (recreatie)woningen, sport- en vergaderfaciliteiten en andere voorzieningen wel degelijk een milieueffect rapportage opgesteld zal moeten worden.


Procedureel

Volgens de brief van de provincie Zuid-Holland d.d. 11 april 2006 dient het bestemmingsplan op grond van artikel 28, lid 6 van de WRO binnen twee weken na de bekendmaking op de gemeentesecretarie ter inzage te worden gelegd. De ter-inzage-legging heeft niet op (uiterlijk) 25 april maar eerst op 28 april 2006 plaatsgevonden.


Tot slot

Bij het toekennen van nieuwe bestemmingen aan een gebied moet ook de inrichting en het functioneren van de omliggende gebieden worden betrokken. De voorgestane ontwikkelingen zijn teveel een aantasting van het open en groene karakter van dit belangrijke recreatie- en natuurgebied en doen ons inziens ook afbreuk aan de omliggende gebieden. Daarnaast wordt Vlietland met zijn huidige inrichting door heel veel mensen uiterst positief gewaardeerd hetgeen de voorgestane ontwikkelingen wat dat betreft onnodig maakt.

 

Hoogachtend,

 

namens de Vereniging Vrienden Oostvlietpolder,

F. Overdijk, voorzitter
H. Pieters, secretaris

 

 

Home