Uit het Leidsch Dagblad van 4 maart 2005:

Bedrijventerrein Oostvlietpolder weer verder weg

Raad van State signaleert reeks tekortkomingen

 

De snelle komst van een bedrijventerrein in de Oostvlietpolder wordt steeds minder waarschijnlijk. Gisteren toonde de afdeling rechtspraak van de Raad van State zich zeer kritisch op de totstandkoming van het plan en de gemeentelijke oplossingen voor verkeersafwikkeling.

De afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State schorste begin november de provinciale goedkeuring van het plan voor een bedrijfsterrein in de Oostvlietpolder, omdat er vragen waren over de luchtkwaliteitsnormen en de verkeersafwikkeling van het gebied. Volgens de raad van State had de gemeente verzuimd te onderzoeken wat de gevolgen zijn voor de luchtkwaliteit. Een bedrijvenpark in de polder zou leiden tot 8000 auto's meer per etmaal.

Nieuwe argumenten van de gemeente Leiden om het plan toch goedgekeurd te krijgen lijken weinig indruk te maken op het college van drie staatsraden. De gemeente betoogde dat zowel de verkeersafwikkeling als de luchtkwaliteit geen reden tot zorg zijn. Omdat met een verbreding van de Europaweg en een 'vierde poot' aan de rotonde bij de Lammenschansweg de verwachte verkeerstroom goed te verwerken is. Bij de aanleg van de tweede helft van het bedrijvenpark wil de gemeente een nieuwe ontsluiting realiseren via de Hofvlietweg, langs de A4.

Over de effecten op de luchtkwaliteit heeft Leiden een rapport opgemaakt waarin staat dat de uitstoot van fijn stof en koolstofdioxide in 2015 is verminderd. "Een bedrijvenpark in de Oostvlietpolder heeft een positief milieu-effect, vanwege uitplaatsing van bedrijven uit de binnenstad," zei de raadsman van de gemeente. Iets meer dan de helft van het bedrijvenpark is bedoeld voor bedrijven die nu nog in de binnenstad zitten.

De staatsraden vragen zich echter af of de verkeersplannen van de gemeente wel reëel zijn. "Bij de plangrens eindigt de verkeersontsluiting", aldus voorzitter Bartel. "Daar stuit je op de Lammebrug. Ik zie geen oplossing hoe dat moet. Dat kan toch niet? Dan heb je gewoon een doodlopende weg." Eventuele alternatieven zijn er in de vorm van een doorgetrokken Churchilllaan of de N11, die dwars door de Oostvlietpolder kan lopen, maar zicht op de uitvoering daarvan is er niet.

Ook het gemeentelijke onderzoek naar de verwachte effecten op de luchtkwaliteit vond weinig genade in de ogen van de afdeling. "De staatssecretaris zegt dat in 2010 nog niemand aan de normen voldoet", aldus staatsraad Simons. "Hoe kan Leiden dat dan, als enige gemeente in Nederland, wel halen? En blijft de Oostvlietpolder, die toch een enorme toename van verkeer veroorzaakt, ook onder de norm?"

Ook het argument dat het niet doorgaan van een bedrijvenpark in de Oostvlietpolder 'een bedreiging voor de stad als geheel' zou zijn, zoals wethouder Geertsema aanvoerde, werd weggewimpeld. "De realisatie is inmiddels uiterst urgent," benadrukte Geertsema. In de hele regio is volgens hem een ernstig tekort aan bedrijventerreinen. "Bijna de hele eerste fase, zo'n 23 hectare, is bedoeld voor uitplaatsing van bedrijven uit de binnenstad," stelde Staatsraad Parkins echter vast. "Hoe valt dat te rijmen met de urgentie waar u het over heeft?"

De komende tijd beraadt de afdeling bestuursrechtspraak zich over de vraag of het bestemmingsplan Oostvlietpolder definitief vernietigd moet worden. Gezien de complexiteit van de zaak wordt de uitspraak niet binnen de gebruikelijke zes weken verwacht.

Home