Vereniging Vrienden Oostvlietpolder

verzoekt provincie Zuid-Holland

bestemmingsplan vast te stellen

 

Leiden, 2 september 2002.

Aan:
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland
Postbus 90602, 2509 LP Den Haag

Betreft:
verzoek tot vaststelling bestemmingsplan Oostvlietpolder Leiden, art. 40 WRO

 

Geacht college,

Op 29 augustus 2001 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State het bestemmingsplan Oostvlietpolder (april 1999, gemeente Leiden) nietig verklaard. De plaats en omvang van een bedrijventerrein, conflicterende bestemmingen, de onvoldoende groene inpassing, het ontbreken van compenserende maatregelen voor het verdwijnen van weidevogelgebied (Rode Lijst soorten), het verzuimen onderzoek te doen naar de aanwezige natuurwaarden; dit waren allemaal punten waarover de leden van de Raad kritische vragen stelden.

Bovenal oordeelde de Raad het bestemmingsplan Oostvlietpolder strijdig met het Rijks(bufferzone)beleid en doet de uitspraak daarmee recht aan de status die de Oostvlietpolder geniet als groene Rijksbufferzone. En laten we wel wezen, Leiden heeft niet alleen gebrek aan ruimte om te wonen en te werken. Ook de ruimte om te genieten van een open stuk groene natuur is in de Leidse regio bijzonder schaars. Zo vormt de Oostvlietpolder inmiddels de allerlaatste ongerepte agrarische polder op Leids grondgebied.

Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State dient de gemeente Leiden op grond van art. 30 WRO binnen één jaar een nieuw bestemmingsplan vast te stellen waarbij de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State uiteraard in acht moet worden genomen. De gemeente Leiden heeft echter vooralsnog voor de Oostvlietpolder geen nieuw bestemmingsplan gepresenteerd en derhalve niet voldaan aan de gestelde termijn.

Overwegende en beschouwende:
- de reeds jarenlang lopende bestemmingsplanprocedure met betrekking tot de Oostvlietpolder;
- de door de Raad van State op 29 augustus 2001 gegrond verklaarde bezwaren van appellanten;
- het Rijksbeleid inzake de Leidse Oostvlietpolder: de status van Rijksbufferzone;
- de voortdurende onzekerheid voor de leden en besturen van de volkstuinverenigingen in de Oostvlietpolder;
- de onzekere situatie voor de agrariërs in de Oostvlietpolder, de daaruit voortvloeiende beperkingen voor hun bedrijfsvoering en de (financiële) schade die zij daardoor oplopen;
- de in het verleden bij de gemeente Leiden ingediende 2000 handtekeningen vóór het behoud van de Oostvlietpolder zonder baggerstort en bedrijventerrein;
verzoekt de Vereniging Vrienden Oostvlietpolder u vriendelijk doch dringend, nu de gemeente Leiden heeft verzuimd om binnen de in art. 30 WRO genoemde termijn een bestemmingsplan voor het gebied te presenteren, gebruik te maken van uw bevoegdheid op grond van art. 40 WRO om een bestemmingsplan voor de Oostvlietpolder vast te stellen, waarbij het Rijksbeleid en de uitspraak van de Raad van State van 29 augustus 2001 in acht worden genomen.

Dit betekent concreet dat wij u verzoeken aan het onbebouwde deel van de Oostvlietpolder de bestemming 'agrarisch onbebouwd' toe te kennen en daarbinnen de reeds aanwezige volkstuincomplexen positief te bestemmen, met als mogelijkheid het volkstuingebied te kunnen vergroten in verband met de uitbreidingsplannen van de begraafplaats Rhijnhof te Leiden en de daaruit voortvloeiende verplaatsing van volkstuinvereniging Veldheim naar de Oostvlietpolder.

Er op vertrouwende dat u een 'duurzame' groene bestemming voor Leidens laatste agrarische polder 'durft' vast te stellen en zo ook tegemoet wilt komen aan de door de Raad van State gegrond verklaarde bezwaren tegen het vernietigde bestemmingsplan, tekent, in afwachting van uw reactie, namens de Vereniging Vrienden Oostvlietpolder,

 

Hoogachtend,

Hans Pieters, secretaris